|
||
![]() |
Toneel |
![]() |
![]() |
Brakke Zondag: "De nieuwe wondertoren", over Utrecht. DOM DOM DOM Bereikbaarheid heeft schaduwzijden. Je hoeft er niet te wonen, want je komt er sowieso. Utrecht, onvermijdelijk het midden, iets te groot op borden, ja, we hebben het gezien de nieuwsgierigheid is dood, al voor je voet in Utrecht zet, net als met Lyon en Lille, je leert ze kennen in de file, als het midden van een ring, niks op tegen, ook niks voor, normaal gesproken rij je door. De mooiste meisjes spelen onbereikbaarheid, Venetië heeft zelfs geen wegen. Utrecht, met je wijde asfaltarmen, geile meid, je wilt te graag. Bereikbaarheid heeft schaduwzijden. Je bent er zo weer weg. Je fietst als corpstudent tweeduizend keer een extra ruime ronde rond de toren van de Dom, zodat er niemand op je vallen kan, spannend, maar dat blijft het niet. Het centrum krimpt per dag, met elk gezicht dat je al eerder zag. De pracht van werf en gracht, nu en hier gezien, lijkt bij voorbaat op dat plaatje dat je later nog eens opgraaft in een la. "Later wordt dit vroeger", besef je hier al snel. Utrecht is een overstap. Een tussenstap. Een tussenstad.
Utrecht was een stad van grote dromen. Ooit het Rome van Holland. Wie god wilde spreken of het aardse gezag liep naar die wonderlijke toren aan de horizon, stenen vinger in een spinnenweb van wegen, die naar de hemel wees. Wat bleef is de bereikbaarheid. Maar kloosters en kastelen werden Hoog Catharijne, Utrecht is gestrand, ergens tussen heden en verleden, een stad als een schip dat vast ligt in de branding, de mast nog fier boven water, maar de kiel diep in het zand. Geen beweging te verwachten. Hoe goed de oude glorie ook wordt opgepoetst, de kolossale toekomst die de Dom beloofde komt niet meer. Maar nu komt de toren der torens. De wolkenkrabber Belle van Zuijlen, ruim tweemaal hoger dan de Dom, een dikke vinger van tweehondertweeënzestig meter, zichtbaar voor heel Midden Nederland. Een wonder, een sprookje: Holland's jong gestorven Rome vecht zich terug in Leidse Rijn. De geluidswal van de ring, nu nog horizonvernieler, wordt door de Belle-toren een robuuste vestingmuur. De kleinere kantoren rondom zijn als donjons voor de verdediging, ze waken over Belle, jonkvrouw in de torenkamer, die over files heen de duinen en de zee kan zien. Dit is wat Utrecht heeft verdiend, na een neergang van vier eeuwen, maar Utrecht is er tegen: bezwaarschrift na bezwaarschrift ondergraaft de nieuwe wondertoren, jammerklachten saboteren Belle's final claim to fame. De bisschop draait zich in zijn crypte om, en denkt alleen maar: dom, dom, dom. versie |
![]() |
![]() |
||