|
Columns
Toneel Poezie Scenario's Cabaret Overig werk Links In kleur |
Cursus Scenarioschrijven (1-4)april 2002
(1) Barbelijn en Annemieke zaten op het stoepje van het café en zeiden me gedag toen ik langsfietste. Ze zijn collega-scenarioschrijvers en ik stopte om mee te doen met een biertje. Vijf minuten later hadden wij besloten om gedrieën een bloemenzaak te gaan beginnen en de scenario's te laten voor wat ze zijn. We overtroefden elkaar daarna nog urenlang met nare verhalen over fantastische films gestrand in het zicht van de finish en epische schepen die zelfs nooit de werf hadden verlaten. Want scenario's schrijven in Nederland, het is een drama. Zelfs als je eerder succes hebt gehad, zoals Maria Goos met Pleidooi en Oud Geld, zelfs als je Hugo Heinen bent, oervader van het Nederlands televisiedrama, dan nog wil je uiteindelijk een bloemenzaak beginnen. Hoe komt dat? Ik ga u dat de komende tijd proberen uit te leggen aan de hand van een dertiendelige serie, geschreven door mij, die deo volente ergens in november zal worden uitgezonden. Maria Goos is met die serie niet blij: zij had het geld daarvoor liever gestoken zien worden in haar tele-bioscoopfilm ' Oud Geld'. Dat begrijp ik. Zelf ben ik ook niet 100% blij. Regisseur Theo van Gogh staat voor de enorme opgave om een serie van AVRO-niveau te maken voor een minimaal budget. Maar er was niet meer geld. De AVRO had de keus veel minder drama te maken, of om te proberen dat op een koopje te doen. Vandaar exit Maria Goos, entree van de markt-bedervers Van Gogh en Van Oel. Nu kan onze serie lukken of niet, dat weet je nooit, maar veel nieuwe vrienden maak je er niet mee in de branche. Want als ondanks de minimale middelen de serie slaagt, is de financiële norm verlaagd en zal de armoede onder scenarioschrijvers en acteurs verder toenemen. Althans, dat verwijt zal klinken. Als de serie minder goed lukt, wat altijd kan en zelfs zonder een duidelijke schuldige, dan hebben twee sjacheraars de naam en het niveau van het Nederlandse drama omlaag gehaald. Terwijl het toch al zo'n politiek kwetsbare sector is. Schande. Wat betreft de subsidiegevers is ook sprake van een potentiële verlies-verlies-situatie. De fondsen die in de serie geen geld wilden steken, zullen bij een mager resultaat alsnog glimlachend hun gelijk halen. Wordt het juist een klein hitje, dan kon dat blijkbaar ook zonder overheidsgeld, dus of ze een volgende keer dan wel betalen, je weet het nog steeds niet. En let op, deze problemen heb je pas als een serie inderdaad dóórgaat. Vóór het zover is spelen er nog een heleboel andere dingen. In zekere zin is het met mij, Barbelijn en Annemieke dan nog goed afgelopen. Wij hadden na vijf of meer jaar van scenarioschrijven tenminste nog de energie om een bloemenzaak te willen beginnen. Maar talloos zijn de gevallenen, WAO'ers inmiddels, die schakend op vier borden tegelijk hun brein hebben laten exploderen. Soms omdat ze het niet konden. Soms omdat ze het wel konden, maar het door anderen niet lukte. Soms omdat het ze te nooit gelukt is iets op het scherm te krijgen, en ze niet op tijd te weten kwamen dat ze het inderdaad konden. Natuurlijk is een Nederlandse scenarioschrijver een luxe paardje. Een licht narcistisch wezen dat mee wil eten van de slagroom van de taart der welvaart. Ja, per saldo zijn slagers, brandweervrouwen en verpleegsters onmisbaarder dan scenaristen. Toch zal het ook voor u interessant blijken het lot van de televisie-en-film-schrijvers nader te bestuderen. Volgende week verder. (2) Er zijn veel goede redenen om in Nederland geen scenario-schrijver te worden, althans niet in de sector drama. Ten eerste bestaat in ons land geen vraag naar drama, niet in economische zin. De BBC maakt winst met series, maar niet in Engeland. Het geld wordt verdiend met export over de hele wereld. De kans dat Nederlands drama buiten de landsgrenzen iets opbrengt is miniem. Daarom moet er structureel geld bij: Nederlandstalig tv-drama is een onverplicht kadootje van de overheid aan een kleine kijkerselite, net zoals toneel en musea voor moderne kunst kadootjes aan minderheden zijn. Wie tv-drama schrijft, of wil schrijven, is daarmee een begunstigde en veroordeeld tot dankbaarheid. Want de tonnen, of eerder miljoenen, die nodig zijn om van jouw papieren verhaal een bewegende gebeurtenis te maken, dat geld komt nooit meer terug. De marktpositie van de Nederlandse dramaschijver bestaat niet. Jij maakt het schilderijtje, maar kunt zelf het museum niet bouwen. Toch wil je publiek voor je schilderijtje en daarmee is de museumdirecteur de baas geworden. Volgens de museumdirecteur zijn er trouwens heel veel mensen die schilderijtjes maken, dus voor jou een ander. Net zo makkelijk. De strijd is niet hopeloos, dat niet. In mijn geval verschijnt het resultaat vanaf november bij de AVRO, in de regie van Theo van Gogh. Nooit meer. In ieder geval nooit meer zo. Dat ligt niet aan Theo, niet aan de acteurs, niet aan de AVRO, de ellende begint met het simpele feit dat met tv-drama geen geld te verdienen valt. Met Hollywood-films wel, met de Onedin-line wel. Maar niet met 'Wet en Waan' of met 'De Enclave'. Voor ik mij nog dieper in het scenaristisch zelfmedelijden stort, en dat ga ik doen, er zit aan dit alles één enkel voordeel verbonden. In Engeland en Amerika is de sky de limit. In Nederland is het plafond de limit. Maar daar ben je dan wèl eerder. Dat ik, met al mijn andere creatieve hobby's, zover gekomen dat ik dertien keer op Nederland 1 verschijn als scenarist, dat alles heb ik mede aan de overzienbare kleinheid Nederland te danken. Ieder voordeel heb zijn nadeel en vice versa. En toch. Het voordeel van tv-schrijven in een Engelstalige markt blijft de kans op tientallen miljoenen, de kans op managers die je op de knieën smeken om alsjeblieft nog een vervolg te maken, de kans op limousines, op roem en lekkere wijven. Als het geld eenmaal binnenloopt zal niemand je succes nog kunnen ontkennen. Jouw vakbekwaamheid wordt in dollars en ponden gemeten. Keihard succes. In Nederland is er geen enkele harde norm voor het slagen van een serie, noch voor de vakbewaamheid van de scenarist. Kijkers? Deel 1 van 'De Enclave', van Elma Popeyus en Hein Schütz, meesterlijk gemaakt voor (slechts!) een ruime miljoen guldens per aflevering, trok 150.000 kijkers. Opbrengst? De Bosnische televisie zal 'De Enclave' misschien wel willen hebben, mits de VARA de postzegels voor het verzenden van de videobanden betaalt. De enige manier, kortom, om Nederlands drama te beoordelen is met de willekeurige blik van een kritisch commissielid. En die denkt in termen van mooi of niet mooi, van politiek correct en relevant en tijdgeest. Het oordeel over de kwaliteit van een script is, afgezien van de vakmatige zaken, vooral persoonlijk. Scripts lezen is sowieso erg moeilijk. Dus ook caféruzies met regisseurs en schrijvers tellen in de beoordeling mee, wij zijn allen mensen. Nee, wie enige controle wenst over het eigen lot, doet er goed aan geen scenario's te gaan schrijven. (3)
Sorry, ik ben even weg en tracteer u op een scenario-cursus in vier columns. Vandaag aflevering drie. Wist u bijvoorbeeld dat alles wat op televisie en in de bioscoop verschijnt eerst door iemand bedacht en geschreven is, gewoon thuis, achter de computer? Dat er eerst niets was, geen verhaal, geen gebeurtenissen, en dat niemand enig idee had wat er nu eens moest gebeuren? Omdat ik regelmatig uitleg wat een scenario-schrijver doet, weet ik dat vrijwel niemand dat weet. De meeste mensen denken dat de regisseur, wiens naam vaak wel bekend is, de hoofdzaken verzonnen heeft. De meest hardnekkige onwetenden denken dat de acteurs het zelf verzonnen hebben, want wie het meest in beeld is zal wel de baas zijn. De enige eer die het volk scenarioschrijvers gunt is het verzinnen van de woordjes die de acteurs zeggen. Maar de rest dan? Waar kwam die vandaan? "Nou gewoon..eh.. en welke rest bedoel je eigenlijk?" Terwijl dagelijks miljarden mensen verfilmde scenario's bekijken beseft bijna niemand dat elke seconde geacteerde televisie eerst op papier wordt gezet. Door een scenarioschrijver. Op papier staat beschreven wie de mensen zijn. Wat ze gaat overkomen. Wat ze vervolgens zeggen. Waar ze zijn als ze dat zeggen. En wat ze doen terwijl ze het zeggen. En waarom. Alles tot in het kleinste detail. Als er geen mensen waren die een jaar lang eenzaam in een kamertje konden zitten, zag u alleen kwissen en voetbal op TV. Behalve gebeurtenissen, structuur, personages en dialoog levert de scenarioschrijver ook een spoorboekje af, althans de eerste versie daarvan. Een scenario is namelijk óók een dienstregeling, waarmee een groep van vele tientallen mensen ( inclusief cateraars en belichters ) door stad en land wordt gejaagd. En dat tegen kosten die beheersbaar moeten zijn. Dus liever geen nachtscenes (overwerk), regenscenes ( brandweer huren), grote brekende of ontploffende dingen (duur en eng), liever geen boten ( tijdrovend manoeuvreren), geen dieren ( niet regisseerbaar) en weinig kinderen ( zie onder dieren). Tevens wordt aan de hand van de papieren versie van een film vooraf beoordeeld hoe economisch er met de tijd wordt omgegaan. Stel, een scenarist noteert deze dialoogzin: 'Goedemorgen mevrouw, hoe gaat het met u, vandaag?' Dat zijn twee seconden. De verfilmings-kosten van die twee seconden zijn minimaal 70 euro, oftewel 1,20 euro per uitgesproken letter. Dus reken maar dat elke komma in een script ter discussie is gesteld: van wat u ziet bestonden op zijn minst al vijf eerdere, papieren versies. Intussen is nu ook de regisseur in beeld gekomen. Die kiest acteurs, zoekt lokaties, doet snijwerk in het script ( er kan altijd nog wat af ), verandert volgordes en kiest camerastandpunten. En vooral bepaalt de regisseur wat het geschrevene uiteindelijk betekent, dus welke emoties, welke diepere gevoelens er onder de woorden en beelden zitten. Het zijn de laatste keuzes van de regisseur, ook bij het monteren, die bepalen of de eventuele kwaliteiten van het script tot hun recht komen. En de grootste eer gaat vervolgens naar de regisseur, dat is traditie. Kent u bijvoorbeeld de schrijver van 'ET'? Precies. De stap van papier naar deelbare, verfilmde emotie geldt namelijk als groter dan uit het niets komen tot een - in principe- verfilmbaar script. En toch. Als in de schouwburg Hamlet speelt, wordt Shakespeare even prominent vermeld als de regisseur, hoe drastisch de gespeelde versie ook van het oorspronkelijke stuk afwijkt. Als Shakespeare behandeld was als een scenarioschrijver, u had nog nooit van hem gehoord. (4)
Dit is de laatste aflevering van een cursus ga-nooit-scenario-schrijven. Het fijne van schrijven is fantaseren. Fantaseren is in gedachten ergens anders kunnen zijn. Vooral bij filmische visioenen lukt het me soms de wereld te verlaten. De vage uren zonder veel zelfbewustzijn, terwijl je meedeint op de -verzonnen- emoties van je personages, zoiets kan even opwindend zijn als een echte reis. Echte tranen! Vanaf november mag ik bij de AVRO dertien keer bekijken wat er van te maken viel, met dank aan Theo van Gogh voor initiatief, regie en uiteindelijke uitvoering. Ik verheug me en tegelijk ben ik bang voor dat moment. Zo volmaakt als in mijn hoofd zal het niet zijn. Details die ik links liet liggen bij het bedenken, omdat ze er voor de grote fantasie niet toe deden, zijn noodzakelijkerwijs inmiddels ingevuld. Een landkaart is een echt land geworden, met ongetwijfeld waarneembare gebreken. Als eerste bedenker zie je toch vooral wat níet helemaal gelukt is. Elk verschil tussen het gedroomde en wat er werkelijk te zien is voelt - in ieder geval even- als een krenking van de ziel. Half schuldig en half woedend wegzappen van je eigen werk, er is geen scenarioschrijver die dat nooit heeft gedaan, of willen doen. De weg náár de verfilming is overigens nog stressvoller. Je zit permanent in de hogere politiek, tussen de producent, de omroep en de fondsen die voor geld moeten zorgen. Men zwijgt tactisch of bluft opbeurend, en altijd gaat het goed met onderhandelingen, want echt, we zijn er nu bijna. Zolang de schrijver ( je hebt absolúut talent!) doorschrijft zal het zeker lukken. Over de betaling worden we het later eens, als het doorgaat, maar dat gaat het, want de onderhandelingen gaan ontzettend goed. Op een dag moesten er dringend nieuwe versies komen van de eerste drie afleveringen. Ik typte in drie dagen een werkweek weg en kreeg direct na het e-mailen van de scripts bericht uit Hilversum. Het had niet gehoeven. Sorry. Gisteren om middernacht was het beleid veranderd. Het grote geld hing niet meer af van drie scripts, ze moesten nu eerst alle dertien af zijn. Sorry, sorry, maar niemand kon dat helpen en niemand was persoonlijk verantwoordelijk. Beleid. Maar wiens beleid? In feite weet niemand in de frontlinie van dramaland ooit waar hij of zij aan toe is. Het enige wat er opzit is op ongerichte wijze positieve energie verspreiden. Het laatste nieuws blijft twee jaar lang dat binnenkort de verlossing volgt en het startschot door alle organisaties zal galmen. Je zou er gek van worden. Of was ik dat al? Zo bleek mijn jeugdserie op een dag alsnog tot serie voor volwassenen gepromoveerd te zijn, terwijl ik zeker wist dat het allang geen jeugdserie meer wás. Maar pas maanden later besloot de omroep dat ook werkelijk. Hoe kon dat? Was mij bewust door iemand iets opwekkends wijsgemaakt, of hoorde ik alleen nog wat ik wilde horen? Het blijft mogelijk dat ik als fantast een verminderd contact met de werkelijkheid heb. Toen ik dacht de klus definitief binnen te hebben, bleek het bij navraag, weken later, alsnog een proefopdracht te zijn, voor slechts drie afleveringen. Wie was er nou gek, ik of iemand anders? Geen idee. Tot slot, is scenario-schrijven gezond? Nee. Is het leerzaam? Ja. Is het leuk? Per saldo, achteraf, moet ik zeggen dat ik dat niet kan zeggen. Lust en last hebben elkaar ergens onderweg uitgewist, zo lijkt het. (Haarlems/Leids Dagblad, Gooi en Eemlander)
|