|
||
![]() |
46 PIET VERTELT ANTON DAT HIJ ZIJN VADER IS, ANTON BLIJFT |
![]() |
![]() |
46-1 INT. HUURAUTO ANTON. DAG Ergens op een weg. In Antons huurauto. Piet rijdt en schakelt.. Anton, met mitella, bestudeert zijn vliegticket. Anton heeft het tasje met de urn op schoot. Anton gaat naar huis, naar het vliegveld.
Stilte.
Anton schudt zijn hoofd. Het wordt steeds erger.
Piet kijkt Anton aan. De waarheid dringt tot Anton door. Hij is de zoon van Piet. Zijn vader was zijn grootvader. Ergens heeft hij het altijd geweten.
Stilte. Piet wacht tot Anton iets gaat zeggen, en andersom. Beiden met hun eigen gedachten: Piet's droom dat zijn zoon zou erven is voorbij. Anton heeft zijn vader gevonden, maar gaat nu van hem weg. Anton ziet een pompstation naderen.
Piet mindert vaart, en slaat af naar het pompstation. 46-2 EXT. POMPSTATION. DAG Een tafeltje buiten voor het pompstation, Anton staat aan het tafeltje. Piet komt naar buiten met een ijsje en geeft het aan Anton. Piet geeft het ijsje aan Anton. Anton pakt het uit, neemt een hap van zijn ijsje, en concentreert zich op de smaaksensatie. Piet kijkt gefascineerd naar wat er gebeurt.
Piet gaat naar binnen. Anton eet zijn ijsje. 46-3 EXT. HUURAUTO ANTON. DAG Het achterportier van de auto is open. Op de achterbank ligt een koffer van Anton, geopend. Anton doet een grote hoeveelheid snoep in de koffer. Piet kijkt toe. Anton doet de koffer dicht, sluit het portier en gaat weer voorin zitten. Piet stapt ook in. 46-4 INT. HUURAUTO ANTON. DAG Piet start de auto.
Het is weer stil. Anton heeft het tasje met de urn in zijn handen en kijkt er naar. Hij kijkt naar Piet. Anton besluit niet over de urn te zeggen. Plotseling ziet Piet de gelegenheid om een u-turn te maken. Piet maakt een u-turn.
47-1 EXT. MIDDENKLASSEWIJK. DAG Piet stapt de auto uit en loopt in de richting van Chenzira's huis. Hij ziet de Kudukop liggen, ergens naast het huis, onder een zeil. Piet besluit zich er niet aan te ergeren. Piet klopt, Chenzira doet hem open, zonder vragen. Piet en Chenzira gaan naar binnen. Direct daarop komt Zine naar buiten. Zine kijkt naar Anton. Anton loopt naar haar toe. Gefascineerd. Anton en Zine zitten buiten onder het afdakje en kijken naar elkaar. Zine voelt dat er iets belangrijks te gebeuren staat. Binnen begint een knallende ruzie.
Intussen: Anton schrikt er veel erger van dan Zine. Zij stelt hem gerust, en niet andersom. Mama is wel vaker boos geweest op Piet. Binnen wordt het stil.
Piet komt naar buiten, hij heeft verloren. Hij maakt een machteloos gebaar. Piet ziet Anton en Zine. Reactie Zine. Ze kijkt naar Piet. Ze kijkt naar Anton en aait zijn gladde haar. Anton neemt ter plekke een besluit, over de urn. Hij doet het schoudertasje af.
Piet pakt het schoudertasje van Anton.
Piet maakt het tasje open. Er zit een urn in. De urn van moeder, ziet Piet.
Piet stapt met het tasje met de urn de auto.
Chenzira verschijnt op de veranda. Chenzira, Zine en Anton kijken naar Piet die met een urn bij zijn auto staat.
Chenzira, Zine en Anton, lotgenoten, zwijgen Chenzira omhelst Anton. Hij laat dat toe. Zij zijn familie. Piet staat er buiten Piet smijt -met enig pathos- Antons bagage uit de auto en rijdt weg. printversie |
![]() |
![]() |
||