23-27 PIET ONTMOET ANTON, ZIJN ZOON. ONTREDDERING.


: oktober 2008

23 EXT. VELD, ACHTER HUIS PIET. DAG

Piet loopt over zijn land.

Hij weet niet wat te doen.

Hij ziet het grote huis. De bergen.  

Piet gaat zitten, kijkt en laat zijn gedachten stromen.

Piet kijkt van ruime afstand naar het huisje van Annabeth.

Annabeth, de roodharige uit het cafe, is bezig buiten de was op te hangen.

27 EXT. HUISJE ANNABETH. DAG

Het huisje van Annabeth, op het land van Piet.

Piet zit buiten op een stoel, aangeslagen. Hij wil een goed gesprek.

Annabeth staat en geeft - ook daarmee aan- dat de tijd van goede gesprekken voorbij is.

ANNABETH

I know you hate when I say: "I told you so". But I told you so.

PIET

Yes, but-.

ANNABETH (onderbreekt Piet)

Yes, but instead of sorting out your mess on time, you just

went on creating more mess.

PIET

Yes, but-

ANNABETH (onderbreekt Piet)

You have children, I never had them, and you ask me for advice?  

Piet kijkt Annabeth schuldbewust aan.

PIET

Yes. Sorry.

Piet zwijgt, en weet dat Annabeth gelijk heeft.                   

ANNABETH

Bye Piet.  

Piet heeft Annabeth weinig te verwijten, en doet dat ook niet. Piet gaat.

ANNABETH

What's your son's name, you never told me that.

Piet aarzelt even.

PIET

Anton.

ANNABETH

That's a nice name.

Piet loopt van het huisje weg. Annabeth kijkt hem na.

 

printversie