|
||
![]() |
19-2 ANTON VINDT PIET, MOET OP TELEFOONTAPPERS JAGEN |
![]() |
![]() |
19-2 INT. AUTO ANTON Anton ziet in zijn achteruitkijkspiegel Piet uitstappen. Piet loopt langs de auto van Anton, zonder te kijken of daar iemand in zit. Piet drukt op de afstandsbediening van het hek. Het hek begint open te gaan. Anton stapt uit. Ansichtkaart in de hand, schoudertasje met urn om de schouder. Piet ziet de uitstappende Anton. Anton kijkt Piet aan.
Piet ziet, en weet. Hij zegt niets. Een golf van gedachten.
Piet kijkt naar Anton.
Anton toont Piet de ansichtkaart, een door Piet ooit zelf verzonden kerstkaart. Piet pakt de kaart aan. Piet leest de kaart.
Piet laat welbewust een stilte vallen. Anton moet iets zeggen.
Die laatste mededeling verandert iets in Piet. Hij ontspant op slag. Als vanuit het niets geeft Piet Anton een geweldige bearhug.
Dat duurt even. Anton had dát nu ook weer niet verwacht. Piet hoort het geluid van de de quad met draaiende motor. De onrust is terug. Dát is waarvoor Piet kwam. Piet moet een beslissing nemen.
Piet geeft Anton de kaart terug, Anton steekt die bij zich. Het hek is inmiddels geheel open. Anton volgt Piet naar de quad, die achter het hek klaar staat met stationair draaiende motor. Piet stapt voor op. Anton stapt achterop. Aarzelend. Is dit eng?
Piet doet Antons armen stevig om zijn middel. Dat aanraken maakt in Piet enige emotie los. Wij zien die wel, Anton niet. Piet vermant zich, en geeft fors gas. Anton, achterop, weet niet wat hem overkomt. De schoudertas met de urn is voor Anton een extra bron van zorg. 20-1 EXT. ROND WILDEBEESKOP, DAG De quad met de twee broers verlaat de asfaltweg, en gaat een zandweg op. Piet mindert geen vaart. De quad hobbelt en stuitert. De quad verlaat nu ook de zandweg, en gaat het nog ruigere veld in.
Een brede lach van stoere Piet, die nog wat gas bij geeft. Piet heeft de teugels weer in handen. Verderop staat een rij telefoonpalen. Piet mindert vaart. Opluchting bij Anton. Piet remt. De quad staat stil. Piet stapt af, haalt uit zijn broekriem een pistool. Einde van de opluchting bij Anton. Hij stapt af, neemt de tas met urn mee. Piet doet zijn vinger voor zijn mond. 'Stil zijn' Reactie Anton. Wat nu weer? Piet begint rustig te lopen, door het halfhoge gras.
Anton wordt er niet geruster op. Piet loopt langzaam en door.
Piet heeft een pistool in zijn hand. Reactie Anton. Hij pakt de hand waar Piet het pistool in heeft.
Piet geeft Anton het pistool. Anton heeft opeens een pistool in zijn hand. Voor het eerst in zijn leven. Dat is te zien. Glimlach van Piet.
Het jongetje komt naar beneden. De aanwezigheid van Anton maakt hem iets minder bang. Piet pakt het pistool weer over van Anton en schiet de telefoons kapot. Het jongetje baalt, maar vreesde duidelijk geen seconde voor zijn leven. Piet fouilleert het jongetje en haalt een pak bankbiljetten, kleine coupures, uit zijn zak. Het jongetje baalt nu nog heftiger. Maar geeft geen kik. 20-3 EXT. OP DE ZANDWEG. DAG De quad rijdt rustig. Het zwarte jongetje op de quad zit ingeklemd tussen Anton en Piet. Klein zwart kind tussen twee forse witte mannen. Anton voelt zich ongemakkelijk, hij is niet zo lichamelijk ingesteld. Ook het schoudertasje met de urn ( met al het geld) is een voortdurende bron van zorg. |
![]() |
![]() |
||