9-1 ANTON'S DEMENTE VADER MOET NAAR HET VERZORGINGSTEHUIS


: oktober 2008

9-1 EXT. BOERDERIJ  WIERINGERMEER,  NEDERLAND. DAG  

Anton loopt met een doosje levensmiddelen, zelfde inhoud als vorige week, naar de voordeur.

Anton treft bij de voordeur zijn doosje van vorige week onaangeraakt aan.

Dat is slecht nieuws. Anton schrikt.

Anton hervindt zijn kalmte.

Anton laat de mobiele telefoon lang overgaan.

Anton luistert aan een raam of de telefoon binnen ook overgaat. Dat is zo.

Anton loopt steeds onrustiger rond het huis. Bonkt op een raam.

ANTON
Papa, bent u daar? Papa, doe open.

Anton bonkt hard op de deur. Maar niets helpt.

9-2 EXT. BOERDERIJ. DAG

Een ambulance staat op het erf.

Anton en een politieagent lopen langs het huis.

De politieagent slaat een raam in.

ANTON

Papa, papa, waar bent u?  

Geen reactie binnen.

Reactie van Anton en de agent: uit het huis komt een intense stank.

Ook horen we orgelmuziek, een zich steeds herhalend fragment met een tik: de naald is in een groef van de plaat blijven steken.

Anton steekt zijn arm door het gat in het raam en opent zo het raam aan de binnenkant.

Anton klautert als door het geopende raam de duistere, stinkende ruimte binnen.

De agent licht Anton bij met een zaklantaarn.

9-3 INT. BOERDERIJ. DAG

Een stinkende ruimte, vol rotzooi, met alleen de zaklantaarn als licht.

De orgelplaat met de tik.

Anton en de agent hoesten van de stank. 

Anton pakt de lantaarn van de agent over, zoekt en vindt de lichtknoppen.

Anton drukt op de knoppen maar geen licht.

Een blik van de agent.

ANTON

Papa, papa...?

In een grote kamer staat een tafel met honderden lege glazen éénpersoons-potjes groenten.

In een hoek van de kamer ontdekt Anton in het licht van de zaklamp zijn vader, hoogbejaard, halfnaakt, temidden van kerkbodes, die de vloer bedekken.

De oude man kijkt op, met een lege blik.

Anton is ontdaan.

AGENT

Is dat uw vader?

ANTON

Ja.

Anton, met de zaklamp, loopt in een impuls naar de pickup. De agent kijkt hem na.

Anton en haalt de naald van de plaat. Anton komt terug bij de agent.

AGENT

Gaat u nu nog iets doen, of laat u hem zo zitten?

De agent hoest, heeft last van de stank.

Anton benadert voorzichtig zijn vader.

VADER

Piet?

ANTON

Nee, papa, ik ben Anton.

Twee ambulancebroeders komen binnen met noodlicht.

De ruimte is hel verlicht.

De broeders bekommeren zich om vader, en letten verder niet op Anton.

De agent verwijdert zich, hoestend.

AGENT

Ik zie u straks buiten.

Anton ontdekt elders in de kamer een grote stapel van onaangeroerde pakken en blikken hondenvoer. Hij realiseert zich opeens iets.

ANTON

Papa, waar is de Hector? De hond?

Geen reactie van vader.          

Anton loopt door het huis, zich bijlichtend met de zaklamp.

Onder één deur komt, of kwam ooit, donker vocht vandaan. Anton opent met bange voorgevoelens die deur.

In de kamer ligt een enorme hoeveelheid rottende aardappelen.

Anton komt bij een volgende deur. Ook hier vochtsporen. En een intense stank.

Anton opent de deur. Krassen van nagels aan de binnenkant van de deur.

We horen en zien vliegen.

Een rottend hondenkadaver, in vergevorderde staat van ontbinding. . 

ANTON

Ach jochie, wat verschrikkelijk..

Anton trekt de deur dicht, walgend en aangedaan. Hij schudt het hoofd, bijna in tranen.

Anton loopt terug naar de woonkamer.

Anton gaat aan de tafel zitten.

De ambulancebroeders zijn nog steeds met vader bezig.

ANTON

Papa, Hector is dood.

Vader geeft geen antwoord. 

Anton ontdekt nog iets tussen de honderden glazen groentepotjes: de urn in de vorm van een aardappel. Die staat duidelijk opgesteld, er was een doel.

VADER          

Piet, mama, Piet, mama

ANTON

Mama is dood, dat weet u toch?

Vader geeft geen antwoord. Anton tilt de urn op, en toont die.

VADER (wijst)

Piet!

ANTON

Nee, ik ben Anton.

Vader wijst naar de urn.

VADER

Piet!                     

Anton gaat aan tafel zitten. Ontdekt een oud duizendgulden biljet, tussen de troep.

Anton steekt dat biljet in zijn zak.  

Vader ziet dat. Wijst.

VADER

Mama. Piet. Mama. Piet!

Anton buigt zich naar zijn vader toe. Anton toont zijn valse kant.

ANTON

An-ton. Ik ben Anton. Annnn-tonnnn.  

 Vader wil Anton een klap geven. Anton vangt de arm van zijn vader.

Anton kijkt zijn vader aan. Rustig, en langdurig.

ANTON

Maar waar ís Piet dan?  

Wederzijds begrip. Vader probeert de woorden te vinden, hij wil het vertellen. Boos opzichzelf. Maar het lukt niet. Er komt iets anders:

VADER

Hector.... poepte... in het huis.

Verdriet op vaders gezicht, over zijn onmacht, en al het andere.

Het gezicht van Anton wordt zachter. Hij pakt de hand van zijn vader en houdt die vast.

 

printversie