Najib en Julia, afl 12


: april 2003

AFLEVERING 12

 

Cursieve dialoogteksten worden gesproken in het arabisch, en ondertiteld.

 

1. INT. NACHT. HUSSAINS AUTO IN LILLE / INT. NACHT. ZIEKENHUIS

 

NAJIB zit klaarwakker in de auto. Geschokt. HAFIDAH belt, in het trappenhuis.

 

HAFIDAH:

Jullie moeten terugkomen..

 

                                    NAJIB:
                                    Nu..?

 

HAFIDAH:

Ja nu..

 

NAJIB:

Gaat Nasr dood.. denken ze dat..

 

                                    HAFIDAH:

Weet ik veel.. hij wordt nu eh..gestabiliseerd..

 

NAJIB:

Maar denken ze dat ie het wel haalt?

 

HAFIDAH:

Dat zeggen ze toch altijd... je moet nu komen..

 

NAJIB:
Ben je alleen? Behalve papa dan?

 

                                    HAFIDAH:
                                    Malika is hier..

 

NAJIB:

Wij gaan morgen vroeg weg, en..

 

HAFIDAH:
Nee, nu..

 

Hafidah huilt.

 

                                    NAJIB:
                                    Ik ga ze nu wakker maken... ik bel je zo weer..

 

Najib eindigt het gesprek, stapt uit, sluit de autoportieren. Loopt naar het huis.

 

 

 

 

2. INT. NACHT. APPARTEMENT LEILA

 

NAJIB doet zachtjes het slot open en komt binnen. Het is donker. Najib loopt zo stil mogelijk naar de slaapkamer van LEILA, knipt een klein lichtje aan.

 

Najib ziet MOEDER, LEILA en de kleine SOFIA samen in bed liggen. Hij kijkt. En kijkt. Doet het licht weer uit. Najib loopt naar de kamer waar JULIA op de bank ligt.

 

                                    NAJIB:
                                    Julia.. Julia.. Julia.. wakker worden.. asjeblieft..

 

3. INT. NACHT. HUIS FAMILIE VAN RUISBROEK.

 

ALBERT komt beschonken thuis. EEFJE zit hem op te wachten. Een blik.

 

ALBERT:

Het was een ongeluk... het was nooit bedoeld.. klaar

 

EEFJE:

Waarom ga je niet weg als het uit de hand loopt?

 

ALBERT:

Ik heb vanwege een klootzak van een cocainedealer vandaag mijn carrière weggegooid.. je hoeft me niet te troosten, maar ga me goddomme ook niet de les lezen...

 

EEFJE:

Wat ga jij tegen Julia zeggen.. 

 

ALBERT:

Eerst het onderzoek, voorlopig weet niemand iets..

 

EEFJE:

Jij wel. En jij gaat het haar vertellen.

 

ALBERT:

Als ik daar klaar voor ben.

 

EEFJE:

Zij denkt nog dat het goed gaat komen.. en jij gaat haar in de waan laten, zolang jou dat uitkomt?

 

Albert wil niet uitvallen, en beheerst zich.

 

ALBERT:

Jij.... jij.... jij hebt opeens ook een dochter, he?..

 

EEFJE:
Wat zeg je?

 

ALBERT:

Wie was er elke minuut met haar bezig, doen wat zíj leuk vond, ballen, rennen, alle kutfilms waar jij niet naar toe hoefde, patat met mayonaise en rossen op de kartbaan, en altijd moest je er iets lulligs over zeggen, met je verwaande bek.... jij hebt Julia en mij altijd beneden je nivo gevonden, jij bent toch alleen maar met jezelf bezig geweest, met je filosofen en je meridianen... Julia was altijd míjn dochter en nu kan je het allemaal goed maken.. zo is het toch.. eindelijk kan jij Julia krijgen, en als je daarvoor op mij moet spugen, het maakt je echt niks meer uit kutwijf.. .           

                       

Albert is kwaad, maar beseft ook wat hij zojuist heeft blootgelegd, en aangericht. Hij smijt een fles drank kapot tegen de muur.

 

                                    EEFJE: (stelt hem voor een keus)

Doe zoiets nog één keer.... en ik ben bij je weg..

 

Albert rent de trap op. En smijt een deur achter zich dicht.

 

4. EXT/INT. NACHT. AUTO HUSSAIN LILLE

INT. NACHT. ZIEKENHUIS DEN HAAG

 

Kruisen tussen ziekenhuis en auto. MALIKA, in het ziekenhuis, praat in op VADER. Die heeft een grote pisvlek in zijn broek. En wil niet praten.

 

                                    MALIKA:

U moet schone kleren aan.. meneer Al Hammouch.. zal ik iemand roepen?

 

HAFIDAH staat te bellen, in de gang, op enige afstand. NAJIB, in de geparkeerde auto belt met haar. JULIA luistert mee.

 

                                    NAJIB:

Sorry..ik kan ze nu niet wakker maken en in de auto zetten, ik kan het niet, hoe is vader nu? Geef vader even..                                   

                                    HAFIDAH:

                                    Hij heeft in zijn broek gepist en hij wil niet meer praten..

want hij weet waar jullie zijn... bij wie...

 

                                    NAJIB:
                                    Jezus waarom vertel je hem dat dan?

 

                                    HAFIDAH:

                                    Daarom. Omdat hij mijn vader is.

 

Reactie Julia. 

 

HAFIDAH:

Jullie moeten nu komen..

 

In het ziekenhuis passeert een haastige VERPLEEGSTER Malika en vader. Malika probeert de verpleegster aan te houden. Die heeft geen tijd, en loopt door.

 

                                    HAFIDAH: (tot verpleegster)

                                    Mevrouw.. mevrouw..

 

                                    VERPLEEGSTER:

                                    U mag hier niet bellen, sorry, en ik kom zo bij u.. Ja?

                                   

De verpleegster loopt door.

                                               

HAFIDAH: (tot Najib)

Nu komen, anders vertel ik dat Julia ook mee is..

 

NAJIB:

Dat is de vrouw van Hussain.

 

HAFIDAH:

Nee, ik ken haar. Ze gluurde bij ons naar binnen, een keer.. dat is die Julia.. lieg niet.. ik heb haar in onze straat gezien...

 

NAJIB:

Je gaat hem hem niet vertellen, niet nu, ben je gek geworden?

 

Hafidah verbreekt de verbinding. Reactie Najib.

 

                                    NAJIB:

Hafidah trekt het niet.. ik ga ze nu uit bed halen.. (wil uitstappen)

 

JULIA:

Ik rij jou naar Den Haag.. okay?.. ik zet jou af en ik ga gelijk weer terug naar hier..  ik vertel het ze morgenochtend..

 

NAJIB:

Durf je dat aan?

 

JULIA:

Ja. Sleutels..

 

Julia krijgt de sleutels van Najib, start de auto, en scheurt weg.

 

5. INT. NACHT. ZIEKENHUIS

 

HAFIDAH wil VADER schone ziekenhuiskleren aan te doen, in een kamertje. Hij weigert zijn onderbroek uit te (laten)  doen. De gêne tussen vader en dochter.

 

                                    HAFIDAH:

Goed. Maar dan moet u wachten tot Najib er is.. hier heeft verder niemand tijd.. 

 

Vader wendt zijn blik af. Geen keus. Hafidah kan aan het werk.                           

 

6. INT. NACHT. AUTO HUSSAIN..

                                   

JULIA scheurt over de nachtelijke Franse snelweg. NAJIB zit bij haar.

 

                                    JULIA:

Ik heb zitten denken, als Leila morgen ook meegaat.. als zij nou met Sofia op de boot gaat zitten daar wordt ze door niemand gezien.. dan is ze bij ons.. leuker dan een hotel.. en veiliger..

 

NAJIB:

Je vindt haar leuk he?

 

JULIA:

Ik vind haar dapper..

 

NAJIB:
Ze had je zusje kunnen zijn..

 

7. INT. NACHT. ZIEKENHUIS.

 

NAJIB en JULIA lopen door de gangen. Dan zien ze verderop MALIKA, VADER en HAFIDAH. Najib kust Julia vaarwel. Julia draait zich om en gaat.

 

8. INT. NACHT. GANG ZIEKENHUIS.

 

VADER slapend in de rolstoel, nu in schone ziekenhuiskamerjas. HAFIDAH ziet NAJIB naderen. Spanning. Ze staat op en vliegt hem in de armen.

 

                                    NAJIB:

                                    Nasr nog goed?

 

                                    HAFIDAH:

                                    Hetzelfde.

 

NAJIB kust Hafidah en zijn vader. MALIKA kust Hafidah, kust Najib, en gaat.

 

                                    HAFIDAH:

                                    Je bent een klootzak.

 

                                    NAJIB:

Ik ben er nu toch?

 

HAFIDAH:

Waar is de rest?

 

NAJIB:

Wordt aan gewerkt.. Julia vertelt het ze morgenochtend.. die is nu weer onderweg naar Lille..

 

HAFIDAH:

Komt Leila ook?

 

                                    NAJIB:

                                    Proberen we wel..                              

 

9. INT. OCHTEND. APPARTEMENT LEILA.

 

MOEDER, die als altijd vroeg op is, komt de kamer binnen en ziet dat Julia niet op de bank ligt. Ze schudt HUSSAIN boos wakker.

 

                                    MOEDER:

Ze is toch naar Najib toegegaan, Hussain, je zou opletten..

                                               

                                    HUSSAIN:( wordt wakker )

                                    Tante, wat is er, nog een keer..

 

10. EXT. VROEGE OCHTEND. STRAAT LILLE

 

HUSSAIN komt in pyama met jas erover aanhollen, en ziet dat de auto weg is. Hij loopt in verwarring terug naar het appartement.

 

11. EXT. DAG. PARKEERPLAATS FRANKRIJK / INT AUTO HUSSAIN

 

JULIA slaapt in haar auto. Haar mobiele geeft een weksignaal. Het is 0.600 uur. Ze wrijft zich de slaap uit de ogen. Start de auto, en rijdt weg, bedrukt en bezorgd.

 

12. INT. OCHTEND APPARTEMENT LEILA

 

LEILA, MOEDER, HUSSAIN en SOFIA zwijgen aan tafel. Ze horen de sleutel in het slot. MOEDER staat direct op.

 

                                    MOEDER:

                                    Najib! Kom hier!

 

Entree JULIA, doodop. MOEDER kijkt haar aan. Moeder draait zich minachtend om.

 

JULIA:
Najib is in Den Haag, ik heb hem gebracht, om Hafidah te helpen, Nasr heeft een ongeluk gehad. Hij is in het ziekenhuis, en hier is Najib..                                    

 

Reacties. Julia geeft moeder de telefoon ( van Hussain ).  Moeder luistert.

 

                                    MOEDER:(ad lib)

... gaan ze hem opereren..  wat zeggen de dokters dan.. en vader.. hoe is met vader..  wat zegt vader..  (etc, ad lib.)

 

                                    JULIA: ( tot Leila, en indirect tot Hussain)

Jouw vader weet dat we bij jou zijn, Hafidah heeft het verteld...

 

LEILA:
Wat zei vader?

 

JULIA:

Niks, volgens Najib.. als jij Nasr wilt zien, ik heb een veilige slaapplek voor je, daar kom je niemand tegen die jou kent, en wij kunnen daar op Sofia passen....  ga je mee?

                                               

LEILA:

Lieverd ga zitten, straks val je nog om...

 

JULIA:

Maar ga je mee?

 

LEILA:

Ik?

 

HUSSAIN: (tot Leila)

Nu of nooit, nu zijn we samen..

 

13. EXT. DAG. SNELWEG/ INT. DAG. AUTO HUSSAIN.

 

Onderweg van Lille naar Den Haag. LEILA zit achterin, en troost MOEDER. SOFIA slaapt, dwars over hun schoot. JULIA slaapt. HUSSAIN rijdt.

 

                                    MOEDER:

Waarom heb jij Sofia geen Nederlands geleerd? Wilde  je echt nooit meer terugkomen?

 

LEILA:

Ik ben gelukkig in Frankrijk..  maar ik heb jullie gemist..

 

MOEDER:

Vader ook?

 

LEILA:

                                    Hij blijft  mijn vader. Dat zal nooit veranderen.

 

                                    MOEDER:

                                    Je moet haar wel arabisch leren.

 

14. INT. ZIEKENHUIS. DAG

 

NAJIB en zijn VADER zitten bij het bed van NASR, slangen etc.

 

VADER:

Een huis, hoe komt een vrouw zonder man aan een huis?

 

NAJIB:

Nasr.. Hij heeft dat huis voor haar gekocht.. en Leila geld gegeven, zodat ze kon leven zonder verkeerde dingen te doen..

 

Vader hoort dit nieuws. Het geeft hem veel te denken. Blikwisseling met Najib.

 

VADER:
Wie kan er leven zonder verkeerde dingen te doen? Wie?

 

NAJIB:

Niemand..

 

Najib komt met een korancitaat dat Vader kent en meemompelt.

 

NAJIB: ( korancitaat, Sura 2-286)

Onze Heer, houdt ons er niet aan, indien wij vergeten hebben of misgestapt. (....) Onze heer, doe ons niet dragen dat waartoe wij geen kracht hebben. En scheldt ons kwijt en vergeef ons en heb erbarmen met ons. Gij zijt onze verbondsheer..

 

Najib stopt hier, welbewust. Vader kijkt hem aan, en maakt het citaat af, welbewust.

 

                                    VADER:

Gij zijt onze verbondsheer, biedt ons hulp tegen de ongelovigen...   zo staat het geschreven.. en zo is het..

 

Reactie Najib. Op de achtergrond komt MOEDER aangesloft. HAFIDAH, buiten op de gang, vliegt haar in de armen.

 

15. EXT. DAG. JACHTHAVEN SCHEVENINGEN.

 

EEFJE staat naast haar auto te wachten bij de jachthaven. HUSSAIN komt aanrijden met de Espace, en stopt. JULIA stapt uit en omhelst haar moeder..

 

                                    JULIA:

                                    Mama.. wat gaaf van je..

 

                                    EEFJE:

Ik heb extra schoon beddegoed, en alvast wat boodschappen gedaan.. en een zwemvestje voor die kleine.. altijd aan, ja?

 

JULIA:

En dit is dus mijn moeder..

 

EEFJE:

Eefje.. 

 

LEILA:

Leila.. en dankuwel...

 

HUSSAIN:

Hussain.. aangenaam..

 

JULIA:

Dat is hem, daar..

 

Ze lopen over de steiger. Eefje loopt mee.

 

LEILA:

Voila, tu vois Sofia, c'est notre petit maison, ce bateau lá..

 

EEFJE: (met zwemvestje)

Sofia, tu vas toujours porter ca, pour pas noyer.. compris..

 

SOFIA: (verbaasd)
Elle parle Francais, maman..

 

16. INT. DAG. HUIS FAMILIE VAN RUISBROEK.

 

FLORIS zwijgend aanwezig. ALBERT staat binnen voor de ramen. Hij ziet JULIA achter het stuur zitten van EEFJES auto, Eefje stapt uit. Julia rijdt weg, na een korte blik. ALBERT zijgt neer op de bank. EEFJE komt binnen. Hij kijkt haar aan, en maakt een machteloos gebaar.

 

                                    ALBERT:

Waarom komt ze niet even binnen? Heb jij het haar verteld, van mij en Nasr? 

 

                                    EEFJE:

                                    Nee. Dat mag jij doen.

 

                                    ALBERT:

                                    Hoe laat komt ze jouw auto weer brengen?

 

                                    EEFJE:

                                    Wanneer ze hem niet meer nodig heeft.

 

17. INT. DAG. ZIEKENHUIS

 

MOEDER en VADER bij het bed van NASR. NAJIB, HAFIDAH en HUSSAIN op de gang. JULIA komt aangelopen, blijft op ruime afstand staan. Ze kijkt naar NAJIB. Hussain ziet haar en stoot NAJIB aan. Hafidah ziet het ook.

 

                                    NAJIB:

                                    Ik ga even naar buiten. Tot zo.

 

Najib verdwijnt. Ze vliegen elkaar direct in de armen.

 

                                    NAJIB:

                                    Niet bij mijn vader komen, kan niet, echt niet..

 

                                    JULIA:

Weet ik wel..  ik heb een auto, ik kan Leila altijd halen en brengen..  ik moest je even aanraken.

 

Hafidah verschijnt om de hoek. Haat in haar ogen.

 

                                    HAFIDAH:

Moet je je weer laten zien, je snapt het echt niet he, trut.

 

Julia, oververmoeid, barst in tranen uit en loopt weg. Hafidah heeft een gemeen bekje. Najib grijpt zijn zus, razend.

 

                                    NAJIB:

                                    Ze hoort erbij, en als je dat niet accepteert rot jij maar op.                              

                                    HAFIDAH:

                                    Waar is Leila?

 

                                    NAJIB:

Leila is bij Julia op de boot. Of hier, als papa thuis is.

 

Hafidah incasseert mokkend een morele nederlaag.

 

18. EXT. DAG. BOOT JACHTHAVEN SCHEVENINGEN/ INT. AUTO ALBERT.

 

ALBERT kijkt van afstand naar LEILA, die met de kleine SOFIA -in zwemvest-  speelt, op de boot of op de steiger. 

 

NAJIB en JULIA komen aan, in de auto. NAJIB stapt uit. Leila stapt in, Najib neemt Sofia over, en Julia vertrekt weer.

 

Reactie Albert. Hij had haar Julia alleen willen spreken.

 

Najib en Sofia zwaaien naar de auto. Albert blijft. Hij peinst.

 

19. INT. ZIEKENHUIS. DAG

 

LEILA loopt met JULIA naar de Intensive Care. 

                                   

JULIA:

Nasr werkte samen met de politie..  hij deed ook goeie dingen..

 

LEILA:

Voor geld, ja. Maak je geen illusies. Nasr geloofde nergens meer in.

 

JULIA:

In jou.. hij geloofde in jou..

 

LEILA:

De cokedealer en de hoer... samen alleen op de wereld... 

 

JULIA:

Jij bent toch geen hoer..

 

LEILA:

Op een dag heeft mijn vader mij kaalgeschoren.. dat slaan kon ik nog wel hebben.. maar toen ben ik gegaan..

 

JULIA:

Toen jouw moeder jouw kind zag was het in één keer goed.. Als ik jouw vader was, nu, zou ik..

 

LEILA:

Lieverd, je kunt de wereld niet veranderen, je kun alleen maar zorgen dat je zelf een beetje gelukkiger wordt.

 

HAFIDAH ziet hen naderen. Ze vliegt LEILA in de armen. Julia is zeer ontroerd. Hier gebeurt iets prachtigs. Ze moet zich dwingen om discreet afstand te nemen.

 

20. EXT. DAG. BOOT HAVEN SCHEVENINGEN/ INT AUTO ALBERT.

 

ALBERT in de auto. NAJIB op het dek met SOFIA. Alberts mobiele gaat.

 

                                    EEFJE: (OS)

                                    Heb je het haar nu al verteld..

 

                                    ALBERT:

                                    Nee.. ze is de hele tijd met die Marokkanen..

 

EEFJE:(OS)
Of durf je niet? Last van gevoelens? Als je het allemaal te moeilijk vind.. te zwaar.. dan doe ik het wel..

 

ALBERT:

Jij gaat je absoluut nergens mee bemoeien.

 

Albert hangt op. Kijkt naar Najib. Hij neemt een besluit. Stapt uit en nadert over de steiger. Albert zet een vriendelijk gezicht op voor het kind.

 

                                    ALBERT:

Najib.Dat kind moet even naar binnen.. Grotemensengesprek (tot Sophia) Hallo!

 

                                    SOPHIA:

                                    Bonjour monsieur, je 'm appele Sofia..

 

                                    ALBERT:

Ze spreekt geen Nederlands? Ik was in de cel bij Nasr. Hij noemde mijn dochter een hoer.

 

NAJIB:

Ja?

 

ALBERT:

Ja.

 

NAJIB:

Jij was het? Jij hebt het gedaan?

 

ALBERT:

En hij was het. Met zijn brutale rotbek. De rest was een ongeluk.

 

NAJIB:

Weet Julia dit?

 

ALBERT:
Nee. Moet dat? Maak het uit, stuur Julia nu weg, zelf, voordat het oorlog wordt. Stuur haar weg nu niemand het nog weet.

 

NAJIB:

Waarom ik, probeer het zelf..

 

ALBERT:

Doe het nu, uit jezelf. Laatste kans om thuis een goeie beurt te maken. Heb je straks in ieder geval je familie nog. Ik geef je een kans.. om nog iets te redden..

 

Najib staart hem aan.

 

ALBERT:

Jij kán ook iedereen gaan vertellen wat ik gedaan heb, maar dan heeft Julia misschien binnenkort geen vader meer.. wil je dát? Ik geef je 24 uur om het zelf te regelen, anders doe ik het..

 

21. EXT. BOOT. DAG.

 

LEILA en JULIA arriveren. NAJIB is kapot, en ziet ze aankomen, vanaf de boot. Hij pakt SOFIA op en rent ze tegemoet. We zien hoe Najib Sofia aan Leila geeft, en Julia meetrekt. Najib gebaart Leila door te lopen. 

 

22. INT/EXT DAG. HUIS FAMILIE VAN RUISBROEK.

 

ALBERT zit in de kamer. Voor de deur stopt JULIA, in de auto. NAJIB zit ook in de auto. Julia opent de deur en rent het huis in. Albert zit onbewegelijk.

 

                                    JULIA:(OS)

                                    Mama, mama, waar ben je.. mama.. mama..

 

                                    EEFJE: (OS)

                                    Julia, kind wat is er.. wat is er?

 

EEFJE komt van boven.

 

                                    JULIA:

Papa heeft het gedaan, van Nasr, papa

 

Eefje troost haar. Albert verschijnt.

 

                                    JULIA:

Hij was bij Najib..  en Najib moest het uitmaken..

 

                                    ALBERT:

En als ie echt om je gaf hád ie er ook een einde aan gemaakt.. allang, nee, janken helpt nu niet meer.. denken, dat helpt.. en jij blijft vanaf nu hier!

 

Een vernietigende blik van Eefje op Albert. Albert verliest de confrontatie.

 

EEFJE: (tot Julia)

Kom.. ik ga boven even wat kleren pakken..            

 

Albert knalt de deur achter zich dicht. 

 

23. EXT. DAG. HUIS FAMILIE VAN RUISBROEK

 

EEFJE, met koffertje, leidt JULIA naar de auto. Ze opent het portier. Eefje rijdt,  NAJIB en Julia samen achterin. Albert, binnen, kijkt niet eens meer op.

 

24. INT. DAG. HOTEL DES INDES.                       

 

EEFJE en JULIA en NAJIB in de bar.

 

JULIA:

Hij heeft Nasr kapot geslagen om ons uit elkaar te krijgen..  het was opzet.. ik denk het echt..

 

EEFJE:

Nee, geen opzet, daar is Albert te laf en te lullig voor.. een stompzinnig ongeluk..

 

JULIA:

Ah mamie..

 

EEFJE:

De liefde van mijn leven..

 

Eefje vecht tegen tranen. Julia wil haar moeder troosten.

 

                                    EEFJE:

Doe maar niet.. (tot Najib) Als niemand iets zegt.. Nasr ook niet.. ja sorry, maar zo is het.. dan gaat het nog weken duren voor het bekend wordt.. er is nog tijd, maar dan, wat dan?

 

NAJIB:

Dan heb ik alleen Leila nog.

 

Julia kijkt hem aan.

 

NAJIB:

En jou.

 

Eefje had bijna gezegd: "En mij". Maar doet het niet. Eefje geeft haar kamersleutel aan Julia.

 

                                    EEFJE:

Hier.... ga maar naar mijn kamer.. en ik wil ook even alleen zijn..

 

Najib reageert een beetje verlegen.

 

EEFJE:

Ik regel een extra kamer.. blijf maar hier.. het lijkt me niet slim om vanavond samen met Leila op de boot te zitten.. 

 

JULIA:

Ja dat is zo.

 

NAJIB:

Dankuwel..

                                   

Julia en Najib gaan naar boven. Eefje blijft aan de bar zitten.

 

25. INT. NACHT. HOTELKAMER.

 

NAJIB en JULIA in bed. JULIA probeert hem op te winden maar het lukt niet.

 

                                    NAJIB:

                                    Laat maar.. sorry..

 

                                    JULIA:

                                    Ben je al afscheid aan het nemen?

 

                                    NAJIB:

                                    Nee...

                                   

                                    JULIA:

                                    Het spijt me..

 

                                    NAJIB:

Mij niet.. mooi niet.. mij spijt niks.. niks.. en jij gaat ook niet zeggen dat het je spijt.. nooit..

                                   

                                    JULIA:

Dan moet ik eerst nog een paar dingen doen.. 

 

                                    NAJIB:

                                    Wat dan?

 

                                    JULIA:

Eerst ja zeggen, doe je mee? Zeg ja.

 

                                    NAJIB:

                                    Ja..

 

                                    JULIA:

                                    Morgenochtend ga ik Leila naar het ziekenhuis brengen..

                                    jij bent dan op de boot met Sofia..

 

27. EXT. DAG. ZIEKENHUIS.

 

LEILA en MOEDER in het ziekenhuis, aan het bed van NASR. Leila zingt met haar moeder een Marokkaans kinderliedje. Moeder is ontroerd dat ze het nog kent

 

                                    MOEDER:

                                    Heeft de dokter dat echt gezegd, dat je moet zingen?

 

                                    LEILA:

                                    Liedjes van vroeger.. ja.. je oudste herinneringen kunnen

                                    je weer wakker maken..

 

                                    MOEDER:

                        Blijf je nog even bij ons?

 

Leila zet weer in, een liedje, moeder volgt toch.

 

28. EXT. DAG. HAVEN SCHEVENINGEN.

 

NAJIB staat met SOFIA te wachten. JULIA komt aan met de auto. Najib en Sofia stappen in. Julia rijdt weg.

 

29. EXT. DAG. STRAAT FAMILIE AL HAMMOUCH/ INT. AUTO

 

NAJIB, met SOFIA op zijn arm, belt aan. JULIA wacht in de auto. Gespannen.

 

30. INT. HUIS FAMILIE AL HAMMOUCH

 

Er wordt gebeld. HAFIDAH doet haastig haar doekje om. Ze doet open. NAJIB en SOFIA komen binnen.

                       

                                    HAFIDAH:

                                    Nee.. ik wil het niet.

 

                                    NAJIB:

En ik wil het wel.. voor hem.. en voor jou, misschien kom jij er wel achter dat jij een hart hebt.. zou zo maar kunnen..

 

HAIFIDAH:

Ik heb een hart maar ik heb ook een verstand, en jij niet..

 

Najib komt de kamer binnen, alwaar VADER in een rolstoel naar de Marokkaanse TV kijkt. Vader ziet Najib en Sofia binnenkomen. Hafidah kijkt.

 

                                    NAJIB:

Dit is uw kleinkind vader, de dochter van Leila.. Sophia, c'est ton grandpère, Adbulrahim.. donnez lui un grand baiser, s'il te plait..

 

Het kind loopt op haar opa af. Vader ontdooit. Hij breekt open.

 

31. EXT. DAG. STRAAT FAMILIE AL HAMMOUCH.                      

 

JULIA kijkt door het raam naar binnen, hoe VADER met SOPHIA op schoot zit. Vader knuffelt het kind. NAJIB en HAFIDAH zitten naast vader, ieder aan een kant.

 

Najib praat -onhoorbaar- op vader in om Leila te willen ontmoeten.

 

Hafidah kijkt op, en kruist de blik van Julia, buiten. Julia kijkt terug, trots. Tot Hafidah haar blik afwendt.

 

Najib ziet Julia. Najib kijkt naar haar. Blij. Dan loopt Julia weg bij het raam.

 

32. INT. DAG. HUIS FAMILIE AL HAMMOUCH.

 

                                    VADER:

                                    Goed. Als ze het zelf ook wil.

 

33. INT. DAG. ZIEKENHUIS

 

JULIA en NAJIB komen de gang in, met SOFIA.

 

LEILA en MOEDER zijn nog bij NASR.

 

Reactie LEILA. Er is iets.

 

                                    NAJIB:

Sophia is bij haar opa geweest, en haar opa was heel erg gelukkig. En Sofia ook. Iedereen.

 

De mond van Moeder valt open. Moeder omhelst Leila. Maar die weert haar af. Ze staat op. Neemt afstand. Ze kijkt naar Najib en Julia.

 

34. INT. ZIEKENHUIS. DAG.

 

NAJIB, LEILA, SOFIA en JULIA verlaten het ziekenhuis.

 

                        LEILA: (tot Najib)

                                    Waarom doe je dat, waarom hebben jullie dat gedaan?

 

                                    JULIA:

Het was mijn idee.. nu konden we het het nog doen...  straks zijn wij er niet meer..

 

LEILA:

Hoezo, gaan jullie weg? Waarheen?

 

JULIA:

Ergens.. maakt niet uit..

 

NAJIB:

Hij was blij, hij was dolblij..

 

LEILA:

En ik gun hem dat niet, die klootzak..

 

                                    NAJIB:

Ik ook niet... maar Sofia heeft een opa nu.. een oma, een tante, twee ooms..

 

LEILA:

Twee.... als God het wil.

 

NAJIB:

Papa heeft gevraagd of jij ook komt.. en hij weet alles en hij is te moe om nog te vechten..

 

35. INT. DAG. BOOT.

 

Leila staat op, pakt een fles wijn uit het keukentje, met de kurk al los, en pakt drie glazen, en schenkt ze vol. Alleen blikken.

 

                                    NAJIB:

Hij heeft het zelf gevraagd, maar alleen als jij het ook wilt..

                                   

                                    LEILA:

Als zij ook mee gaat.

 

NAJIB:

                                    Waarom?

 

                                    LEILA:

Jullie maken voor mij een keus. Ik maak voor jullie een keus. 

 

NAJIB:

Waarom?

 

LEILA:

Laat maar zien hoe dapper je geworden bent. Toen het moest heb je niks voor me gedaan, en nu, nu niet meer hoeft.. ben je een man of niet?

 

Leila kijkt Najib langdurig aan. Najib begint te zweten. Verdriet in de ogen van Leila.

 

Flashback via Najib. De scene uit een eerdere aflevering waar VADER het haar van LEILA afknipt, Leila schreeuwt, en NAJIB haar niet helpt.

 

Terug in het nu: 

                                    LEILA: (in de boot)

Zij gaat mee, of ik ga niet. Zeg dat tegen vader. Als je durft. Ik weet niet wat er gaat gebeuren, maar jullie gaan erbij zijn.

 

JULIA:

Ja. Absoluut.

                                   

Najib gaat naar buiten, gaat op het dek zitten, en probeert zijn emoties en adem onder controle te krijgen. Julia voegt zich bij hem.

                                   

JULIA: (lief)

Al moet ik je dragen.

 

36. INT. AVOND. HUIS FAMILIE AL HAMMOUCH.

 

JULIA, NAJIB, HAFIDAH, SOFIA, LEILA, MOEDER en VADER samen aan tafel. Er wordt gegeten. Er wordt geen woord gezegd. Men eet. Men kijkt. Maar er wordt geen woord gezegd. Julia krijgt het langzamerhand Spaans benauwd.

 

                                    JULIA: (de medaillontekst)

Najib houdt van Julia, Julia houdt van Najib..

 

Reactie van de familie op het Arabisch van Julia. Leila is geraakt.

 

JULIA:

Ik laat u verder alleen.. dat is beter.. maar bedankt.. dankuwel...

 

Julia staat op, en verlaat de kamer. Najib wil opstaan.

 

                                    VADER:
                                    Laat haar.. nu begrijpt ze het eindelijk

 

                                    NAJIB:

                                    Nee, ik ga mee..

 

                                    LEILA:

                                    Vader, ik wil dat zij hier ook kan zijn..

 

                                    VADER:

Zwijg..

 

LEILA:
Nee, vader, ik..

 

VADER:

Alle woorden doen hier pijn, alleen in de stilte is de vrede.... laat het stil zijn..

 

Vader kijkt naar Leila. Leila kijkt terug. Iedereen blijft aan tafel zitten. Najib staat op.

 

                                    NAJIB:

                                    Dan kies ik mijn eigen stilte, vader.. het spijt me..

 

Leila volgt Najib naar buiten.

 

37. EXT. AVOND. HUIS FAMILIE AL HAMMOUCH

 

JULIA zit op de stoep. NAJIB is bij haar. Leila komt naar buiten. Ze kust Julia.

 

                                    LEILA: (tot beiden)

En nu weer naar binnen.. nu of nooit.. doe het.. laat hem zien dat er ook iets anders bestaat..  dat een vrouw iets waard is.. godverdomme..

 

                                    JULIA:

Kan niet..

 

LEILA:

Dat kan je wel..

 

JULIA:

Dat kan niet. Niet meer.. mijn vader heeft het gedaan, van Nasr.. mijn vader heeft Nasr verrot geslagen.. mijn eigen vader.. het komt toch nooit meer goed..

 

Leila is geshockeerd.

 

NAJIB:

Het is waar.. maar ik blijf bij haar.. ik heb gekozen.. nu ben ik degene die gaat.. wil jij dit keer degene zijn die blijft?.. voor mij.. want dat heb ik wèl voor jou gedaan..bij ze blijven..  dat is wel zo..

 

Leila kijkt hem lang aan. Kust hem. En gaat naar binnen.

 

38. INT. NACHT. BOOT.

 

JULIA en NAJIB delen een doorwaakte nacht. Wijnglazen.

 

                                    NAJIB:

Ik ben anders dan jij.. ik kan nu denken: dit is goed zo.. want beter kon het toch niet meer worden.. en dat wisten we..

 

JULIA:

Het is nog niet goed genoeg..  ik ga morgen nog één keer naar mijn vader..

 

NAJIB:

Wat doen?

 

JULIA:

Dat merk je wel, dat is mijn zaak, en dan wil ik nu vrijen... neuken.. ontzettend neuken..  asjeblieft..

 

39. EXT. VROEGE OCHTEND. HUIS FAMILIE VAN RUISBROEK.

 

JULIA komt met auto aan bij haar ouderlijk huis. Ze heeft een sleutel, maar ziet dat de grodijnen nog dicht zijn. Ze belt aan. En nog eens. Degene die opendoet is een slaperige FLORIS VAN HOOFT, ze kijken elkaar aan.

 

                                    FLORIS:

Zeg het maar..

 

JULIA:

Niet tegen jou..

 

FLORIS:

Oh jawel.

 

Julia gaat niet weg. Kijkt Floris aan. Floris pakt haar beet.

 

                                   

printversie