 |
Gedichten voor wie zorgt
december 2000
HEDEN GIJ
Alles van waarde is weerloos, woorden van een dichter. Ik hoor ze dikwijls omgekeerd. Geen gedachte, maar een vraag. Heeft wat weerloos is nog waarde? Het zijn ademloze jaren in een land dat, met de beurkoers als kompas, geluk ziet groeien aan de bomen. Een leger plukkers met de blik gericht naar voren, dat oprukt naar de horizon. Geen tijd voor achterblijvers. Haast. Vandaag lijkt niet meer te bestaan. De zon is nauwelijks opgegaan of we dromen al van mórgen. Ieder onbenut moment verlies, rust een vorm van oponthoud. De veroveraars gaan voort, en wie te zwak was voor de mars, de levenden die achterbleven, ze zijn in gisteren gestrand. Gevangen in door anderen verlaten tijd.
Het kind dat opvang zoekt, een huis. Wie zal het binnen laten? Wie doet de was voor moeders met een baby aan de borst? Wie laat hem uit, de hond van de gewonde, wie wiedt het onkruid in de tuin voor voor wie op wielen leeft? Wie kookt de kost, schept tijd en vrijheid voor een ander? Wie reddert dag en nacht, wie regelt, zorgt, geeft macht aan machtelozen?
De mensheid heeft het druk zichzelf te helpen. De vruchten van de boom zijn voor de snelle benen. Wie had de boom geplant? Ze staan op oude schouders maar zien alleen de toekomst, en hoe ver ze kunnen kijken. Het zegevierend leger denkt niet aan verleden, pijn of ouderdom. Pech moet weg, en wat daaraan herinnert moet het liefst onzichtbaar blijven.
Maar iedereen hoopt oud te worden, al wil geen mens het zijn, de winnaars van vandaag, ze zijn het zorgenkind van morgen. Ook die man met tatoeages. Ik zie een man met tatoeages, een motor en een blote vrouw. Straks zal hij tachtig zijn. Wie kleedt hem uit? Zijn huid, met rimpelende motor en in plooien opgevouwen bloot, wie zal die voor hem wassen? Wie zal met hem lachen, praten over hoe mooi vroeger is geweest?
Het leven leert aan alle mensen op een dag dezelfde les. Heden ik, en morgen gij. Dan moet hij of zij er zijn, die ander, aan wie eerder wellicht zelden werd gedacht. Er rest alleen de overgave. En de angst. Is er straks een zachte hand, een stem die troost, of telt vooral het bed, bezet of niet, een klant en een budget? Kostenpost of medemens?
Tel ik mee, of ben ik nummer? Het is een wereld van verschil. Wie dat verschil wil maken, geeft waarde aan wat weerloos is. Er is leven om te werken, er is werken om te leven, de derde weg is werken met het leven: zorg. Wie zorgt maakt een verschil. Er is verdienste, los van geld. Er wordt iets gewonnen. Er is na afloop meer dan waar we mee begonnen. De winst is waardigheid en wordt gedeeld. De winst is weerbaar leven. Zin.
ZESTIEN KWATRIJNEN
Intern transport
Een wereldreis in veertig jaar, met een kar door gangen. Elke stap gezet voor wie dat zelf niet kon. In elke tik van hakken op de tegels klonk verlangen. Te lopen zoals zij, maar zonder kar. Weer te lopen zoals ik.
Strijken
In angst klampt men zich vast aan kleine zaken, wachtend op een teken, op belofte van succes. We putten hoop uit strakke vouwen, gladde lakens: de strijkbout geeft vertrouwen in het mes.
De fysio
Vertel een kind van tien dat het opnieuw twee extra wieltjes krijgt, achterop de fiets. Zie nu de man die heeft gehoord dat niets van wat hij kon nog vanzelfsprekend is. Echt niets.
Kok
De tijd gaat malen als het wachten duurt, als maanden zich herhalen in een dag. Zijn smaak geeft vorm aan het bestaan, zijn maal markeert de uren. Hij is klok.
Truc
Ze spant een oude kous rondom de slangenmond en zuigt het losse lego op. Steentjes blijven kleven. ‘Kijk mam kijk nou mam de legosteentjes kleven’ De nieuwe hulp in huis is nu al onvergetelijk.
Thuis
Verstild achter de tafel als laatste foto van zichzelf, omlijst door eigen eenzaamheid. Wie stilte breekt brengt leven.
Infarct
Als een gevallen boom. Gestrekt in bed. Ontworteld, door het leven losgelaten. Het lichaam luistert niet meer naar de wil. Een kloof van ongeloof. Hij moet er over praten.
Hand om schouder
Het roestvrij staal. De glans van harde lak. De boenwas en de smetteloze zalen. Ze roepen om een arm, een zachte hand. Om een oase tussen plastic palmen.
Aan de balie
Machteloosheid maakt hardhorend. Ziekte en verdriet verdoven. Hetzelfde zeggen, duizend keer. Wie hoort de eigen stem dan nog, ontluistert niet, proeft pratend, lachend, fluisterend de woorden?
Baby
Hun hele wereld is opnieuw geboren met dat ene kind. Geuren en gebeurtenissen worden haastig opgeborgen in ‘t geheugen. De dag is ‘s avonds tot de rand gevuld. Wie soms hun zorgen deelt, deelt mee in alle vreugde.
Witte jassen
Mond. Lichaamsdeel van de cliënt, dat medisch laat is onderkend ( plm. 1970 ). Kort daarop ontdekten ook doktoren op het eigen hoofd twee oren.
Onderhoud
Het leven een zee. Het reddend huis een schip voor wie zou zinken zonder. Onder zalen, achter wanden een machinekamer. Kloppend hart, pas opgemerkt als het niet werkt. Dan klinkt er gehamer.
Geestelijke zorg
"We leefden al een tijdje voordat we het beseften. Wie weet zal als we sterven dat weer hetzelfde zijn". Naar een citaat van Toon Hermans † uit een TV-interview, 2000
Zelfstandig
Borden aan de wand. Kast met glazen hondjes. Vitrine met diverse souvenirs. Onder alles briefjes, geschreven voor je weet maar nooit. Waar gekocht, van wie gekregen en voor wie bestemd. Zij blijft de baas.
Strijken
Het geheugen van de stof wordt alle dagen weer gewist. De vlekken, vegen, alle tekens van het onvolmaakte leven, gladgestreken, weg. De dag begint met stralend wit, en ‘s avonds zit de wasmand vol gestorven zwanen.
Kraamzorg
Dat iedereen dat heeft gedaan. Van nacht naar dag, van zee naar land. Zes miljard, en stuk voor stuk geboren. Wie zorgt reikt wonderen de hand. printversie
|
 |