Poezie

AAN HET WOORD
maart 1998

Geschreven voor een tekstbureau, al eerste uitgevoerd door Karstine Hoving,
later aangepast tot onderstaande versie.

AAN HET WOORD

Het woord, het woord, het woord, u heeft er vast wel van gehoord,
het woord, het woord, baken in de beeldenstorm,
het woord geeft zoveel levens zin, laat zoveel zinnen leven,
ontelbare woorden vertellen, vertalen, verkopen verhalen,
wij zijn de slaven van het woord, het woord dat altijd blijft
en altijd reist, van tijd naar tijd, van taal naar taal, van mens naar mens,
het woord dat door de ramen in uw hoofd
- uw ogen, maar ik spreek poetisch -
dat door de ramen van uw hoofd het brein bereikt en wordt gewogen,
en van binnen wordt gehoord, wie leest kan horen met zijn ogen!
- Ja, even stilstaan bij een wonder dat hoe bijzonder het ook is
in de maalstroom van de dagen naar de achtergrond verdwijnt,
ja, ik zie verbaasde blikken, het remmen van ontremde hersens,
een brein dat kort de bocht door moet om mijn woorden in te drinken
en niet de inhoud van dat glas, stoor ik de stille deining van uw denken,
span ik uw ontspannen avond? Ja dat doe ik en uit overtuiging!

Wij zijn de slaven van het woord, het woord de slaaf van onze geest,
o woord, o woord, o, hemels hulpstuk voor het leven,
o woord o woord o woord, dat zich slim in breinen boort,
zinnen bouwend, zinnen strelend, harten brekend machtig woord,
het was er al in den beginne, woorden, woorden werden zinnen,
zinnen door de mens verzonnen, een van taal gesmede keten,
begonnen in een ver verleden die mensen boeit en mensen bindt
en altijd met ons mee zal groeien, het woord het woord,
dat alles vastlegt en weer in beweging zet, woorden, letters, alfabet,
dit alles voor de zekerheid, u had er vast al van gehoord,

Wij zijn de slaven van het woord, het woord de slaaf van onze geest-
wij namen de dingen en gaven ze namen: bitterbal en glaasje bier,
plezierige woorden, woorden met smaak, die als ze onze oren raken
terloops ook onze tongen strelen. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden, heb ik wel eens horen zeggen,
maar zoveel beeld als woorden scheppen!
Zég het: liefde, zomer, leven, kind, zeg het nóg eens en u vindt
kasten vol met fotoboeken. Tot in alle hoeken van het brein
werpt één woord zijn licht op dingen, herinneringen springen op
na een sluimering van jaren. Het zijn maar woorden, zeggen mensen,
zwarte vlekken op papier,
lucht die even trilt en onze trommelvliezen raakt,
gewild of ongewild, het zijn maar woorden, zeggen mensen,
maar dingen wórden door de woorden, en wat ze worden, zegt u zelf:
groot of klein, dynamisch, droevig, geel of groen of evenhoevig,
woorden maken het verschil,
woorden deel je, beelden niet, wij leven in een beeldenstorm,
teveel aan vorm en vluchtigheid, uit angst geboren luchtigheid,
het woord spreekt niet meer voor zichzelf,
straks spreekt het beeld het laatste woord,
en daarom laat ik van mij horen.

Wij zijn de slaven van het woord, het woord de slaaf van onze geest,
het woord het woord, grondstof voor gedichten en gedachten,
gratis uit de lucht geplukt, het woord het woord, het woord,
de baksteen die kan glanzen als een diamant,
dat wil zeggen: als het lukt. Want eigenzinnig zijn de woorden,
woorden laten zich niet zomaar dwingen, ze zingen zelden uit zichzelf,
Ach, dat zijn de droeve dagen, als letters zich niet laten knechten,
en zinloos vechten met de ogen, hol weerklinken in het hoofd,
zonder sporen na te laten,
ach dat zijn de droeve dagen, dagen vol behekste teksten
die verdwijnen bij het zien, waar woorden passeren als
een parade, als een parade van dode soldaten - ik zeg het poetisch,
maar meen het wel- die zinnen als vazen vol dode bloemen,
die frase na frase de dingen benoemen, maar niet willen dansen,
zelf niet een beetje, woorden waar geen mens naar luistert
zijn nog doder dan de dood, ik doe het woord voor al die woorden,
die zijn mishandeld en miskend, voor woorden die zijn afgeschreven.
In den beginne was het woord. Laat het spreken, laat het leven.
printversie