overig werk

Dualisme in Bennebroek, lezing

september 2001

Gelezen column voor informatieavond besturen Bennebroek, 10 september 2001

De gemeentesecretaris van Bennebroek had negen kinderen, zeiden ze. En hij had de feitelijke macht in het dorp, zeiden ze. Hij had een nare uitstraling, vond ik.Tweemaal per dag dag kwam hij langs ons huis gelopen en controleerde in een niet te onderdrukken reflex of het riet in onze bielzenbak niet over het gemeentelijke trottoir hing en ook zag je hem denken: waarom zetten die mensen hun lelijke Lada op mijn straat, als ze ook een eigen garagepad hebben. Ook zijn manier van lopen zal ik niet licht vergeten. Het zag er uit of onze gemeentesecretaris  permanent het aantal stappen telde, van deze gemeentelijke lantaarnpaal,  naar de volgende gemeentelijk lantaarnpaal. En thuis sloeg hij zijn kinderen vaker dan nodig was, ik wist het zeker.

Mijn vader was sociaal actief in het dorp, hij propageerde linksige ideeen, zoals het steunen van politieke gevangen in Zuid Afrika, mijn moeder promootte linksige koffie, en ik wist dat ook meester Boeve van de Willinkschool en de onschuldig ogende schoenenwinkelier van Trigt deel uitmaakten van de progressieve ondergrondse. Hun diepste doel was, volgens mij, het ten val brengen van de feodaal opererende, machtwellustige gemeentesecretaris, iemand van wie ik trouwens ook zeker wist dat hij thuis nooit hielp bij de afwas.

Voor de rest had ik niet de indruk dat er hier grote dingen gebeurden. Ik herinner me uit de  periode dat ik hier woonde, van 1973 tot 1980, geen betogingen, geen actiecomité's, geen schandalen, ik herinner me een vredig burgermansparadijs waar de putjes liepen en de gemeentesecretaris elke dag naging of er straatlantaarns gestolen dan wel verplaatst waren. Ik denk, dat zoals in heel Nederland toen, de verzuiling en het politieke clubgevoel nog sterk genoeg waren waren om de gemeenteraad te bevolken, en om voor een redelijke opkomst bij de verkiezingen te zorgen. Dat die dingen minder vanzelfsprekend zijn geworden, blijkt vanavond. We staan hier moeite te doen om burgers bij het lokale bestuur te betrekken. Maak je weer eens kwaad, zet een grote mond op, actieve, energieke burgers willen we zien. Want dat is goed, vinden wij.

Later woonde ik weer in Amsterdam. Op een mooie nacht was ik zeer tot mijn genoegen in het verkeerde bed beland, namelijk dat van mijn prachtige buurmeisje, die haar moeder twee verdiepingen hoger woonde. Om drie uur 's nachts werd er verbijsterend hard op de deur gebonkt. Ik deed open, want ik dacht: als het moeder is, dan kunnen we de discussie maar beter direct voeren. Maar daar stond niet een boze moeder, er stond een man met een enorme bijl, een dikke leren jas en een gasmasker, en die man kwam ons kwam vertellen dat het balkon in brand stond, wat inderdaad zo was. Nog geen twintig seconden later stond ik slechts gehuld in een deken op straat, naast mijn buurmeisje en naast de moeder van mijn buurmeisje.

Deze onvergetelijke momenten had ik te danken aan een een aantal buitengewoon mondige, betrokken en energieke burgers die na lang, en tevergeefs protesteren bij de wethouder, een molotovcocktail hadden gepakt en het hard-drugscafe naast ons in brand hadden gestoken.

En dat brengt ons op de allerbeste, en helaas ook de enige mij bekende manier om de mondigheid en betrokkenheid van burgers te vergroten. Dat is ze iets naars aandoen. Het hoeft niet perse een heroine-cafe te zijn, een asielzoekerscentrum of een Betuwe-spoorlijn werken ook. Wat totaal niet werkt is vrede, harmonie en welvaart. Oorlog en conflict doet leiders opstaan en maakt burgers actief, rijkdom kweekt passieve volgers.

De eerste plaatsen in Nederland, waar het heilig vuur rond het bestuur zal terugkeren, zijn de grote steden. In Amsterdam, bijvoorbeeld, is een goed georganiseerde en redelijk functionerende Turkse gemeenschap. Op een dag, en hij is niet meer ver weg, komen de dertig, veertigduizend Amsterdamse Turken op het idee massaal te gaan stemmen voor de gemeenteraad, voor hun eigen Turkse single-issue kandidaat. Bij een opkomst van 50% gemiddeld, zijn 100% stemmende Turken goed voor 10% van alle raadszetels. In sommige deelraden zullen ze zelfs de meerderheid halen. En drie keer raden wie er de volgende keer opeens ook massaal naar de stembus gaan. De hele grachtengordel staat met rokende banden voor het stemkantoor. Ik denk dat het zo zal gaan, en ik hoop dat het zo zal gaan.

Maar dan Bennebroek. Hoe moet het daar? De politiek in Bennebroek is een slachtoffer van de welvaart, en dat kan de afgelopen jaren alleen maar erger geworden zijn. Mensen die voor 1,5 miljoen een leuke forensenhut aanschaffen, menen dat ze voor dat geld ook een degelijk bestuur hebben gekocht. De gemeenteraad staat voor hun gevoel gelijk aan het waterleidingbedrijf en de electriciteitsvoorziening. Je betaalt ervoor, en waarom zou je een hond huren en vervolgens zelf komen meeblaffen, in de raadsvergadering?  Politieke bestuurders worden helemaal niet meer gezien als politici, maar als dienstverleners.

En het verrassende van deze avond is, zo zien politici zichzelf  zichzelf ook. Als dienstverleners. Lees goed was er gaat veranderen in het gemeentelijk bestuur, en je weet het. Personen van buiten de raad mogen tot wethouder worden benoemd. Sterker nog, ze hoeven niet eens meer in Bennebroek te wonen. Maar wat zijn de consequenties daarvan? Heel simpel. Ergens in Wognum woont iemand met verstand van Onderwijs, we sturen hem de lidmaatschapskaart van de partij die aan de beurt is voor Onderwijs, we vertellen wat het schuift, we rommelen een beetje met de benzinevergoeding, en het is geregeld. Er wordt personeel ingehuurd. Waar vroeger een soort gildesysteem heerste, en je in de politiek begon als folderbezorger en stemmenronselaar, waarna je eerst 1000 uur moest vergaderen en twintig ton onleesbare nota's lezen, als je dán geluk had en de juiste contacten werd je ter aanmoeding eerst een paar jaar op een onverkiesbare plaats gezet, waardoor je polieke carriere voorlopig alleen voor je moeder leuk was, nee, voorbij die tijd, we huren gewoon een dienstverlener uit Wognum. En het feit dat deze dienstverlener toevallig ook de politieke lijn van zijn bazen moet verdedigen, ach dat moeten ze bij de Shell ook.

Een politieke partij is gewoon een bedrijfje geworden, dat tegen betaling bestuurders levert. Zoals een publiek omroep tegen betaling programmaas levert. En Albert Heijn komkommers. Of appels. U mag het zeggen. Of peren.

Maar het wordt het systeem daar nu dualistischer van? D'66, stel D'66, laat die man uit Wognum komen, voor het onderwijs. Het feit dat ze een man van buiten moeten laten komen wijst niet op een buitensporige hoeveelheid lokaal talent. En juist deze brave lieden, die in ieder geval hun grenzen kennen en dat is te prijzen, deze brave lieden worden nu geacht steviger in te gan hakken op hun eigen uitzendkracht. Die man denkt ook: kom ik goddomme drie in de week dat hele kolereiend uit Wognum om jullie werk te doen, gaan we eens even zitten hakketakken over mijn beleidsnota's. Doe het zelf, denkt zo'n man uit Wognum, of hou je bek. En daar heeft ie niet helemaal ongelijk in.

Als je dualisme wilt, in de gemeenteraad, moet je zorgen dat vier mensen die elkaar goed kennen, en liefst ook te lang, samen een paar maanden moeten gaan vechten om een wethoudersplaatsje. Het slechte humeur van de drie verliezers is de allerbeste garantie voor een kritische benadering. Jij met je grote bek, laat jij maar eens wat zien. En over vier jaar zit ik daar. Als we niet voor een oorlog of een crisis kunnen zorgen, en waarom zouden we, zijn afgunst en competitie de enige andere denkbare motoren voor het dualisme. En ook het beloningsverschil tussen wethouder en raadslid moet schrijnend zijn. Ik wil zijn stoel. Ik wil zijn geld. Ja, je moet toch wat als de groepsgewijze competitie van de oude verzuiling niet meer werkt.  

De hooggeleerde Don Bijl had het in zijn toespraak over niet op de man of vrouw spelen, over respect voor minderheiddsstandpunten, over respect voor verschillende opvatting. Meneer Bijl, al er aan iets een dramatisch overschot is in dit land, is het aan respect. Ik geef toe dat het land onbestuurbaar zou worden als we 75 Henken Westbroek in de Tweede Kamer hadden zitten, maar daar staat dan wel tegenover dat een enkele Wim Kok iedere vorm van visie en toekomstbesef uit de Nederlandse politiek heeft geslagen. Respect is een mooi woord, en altijd goed voor een instemmend applauseje, maar het meeste respect in de gemeenteraden en tweede Kamers, is geen respect, maar verregaande onverschilligheid. Als ik denk aan de nederlandse politiek, lokaal of niet, ik zie dikke romeinen, aan een hele grote tafel, die tussen de tiende en de elfde gang even gaan braken en dan doorvergaderen over met welk nieuw kleurtje we het Colosseum dit jaar gaan schilderen.

Ja, dames en heren, als je je best doet, kan je je nog best ergens over druk maken.

Daar bij het bruggetje is een tennisclub. Daar komen mensen uit Bennebroek, dus nooit van meer dan een kilometer weg. Wat die mensen op die tennisclub komen doen is rennen en zweten en energie verspillen om zich beter te voelen. Naast de tennisclub lag eerst een weitje, en de kerk op het terpje lag, als je het beeld goed kaderde in een groene wei. En op een dag was er een enorme parkeerplaats, en geen weitje meer. Er was namelijk enorm respect voor het feit, dat mensen die twee uur gaan tennissen, niet even vijf minuten op de fiets kunnen gaan zitten om naar die tennisbaan te gaan.

Mijn aanwezigheid hier is eigenlijk op iets anders gebaseerd dan de vage, en vermoedelijk vergeefse hoop dat ooit iemand een enorme shovel huurt, en de parkeerplaats het dorp uitragt. Tot slot wilde ik u attenderen op een meesterlijk nieuw spel, Meander geheten, dat u bij mij kunt aanschaffen waarmee u tevens mijn eenzame strijd sponsort. Bij deze biedt ik de wethouder van Onderwijs een gratis exemplaar aan, voor de openbare school, niet de christelijke, en het werkt vanaf groep 7. Het was mij een groot genoegen, ik dank u voor de aandacht. Justus van Oel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

printversie