![]() |
||
![]() |
overig werk
De Benoni-toespraak |
![]() |
![]() |
november 2001 Toespraak van Justus van Oel ( 41 jaar, Ex-Benoni) bij de
viering van de nieuwe Benoni-CD, in Kapitein Zeppos, op 25 november
2001. Ergens in 1982 begonnen de Benonies, een band genoemd naar een appel uit Zuid-Afrika, genoemd naar het dorp Benonie waar die appel vandaan kwam, en dat dorp zal genoemd zijn naar ene Ben Oni, hebreeuws voor zoon van Oni, maar dat laatste wist ik tot voor kort niet zeker. Gelukkig woont op de Rooseveltlaan 222/2 mevrouw Benoni, die mij na een zeer uitvoerige, extreem gerustellende uitleg inderdaad wilde bekennen waar haar naam vandaan komt. Uit het Beloofde Land. Zoon van Smarten, dat betekent Benoni, en het is Joods. Ik zag op dat moment direct een optreden van de de Benoni's bij de Klaagmuur voor me, maar verder zou ik zeggen: verwacht vand e CD-verkoop in Israel niet al teveel. Wel is het misschien aardig om mevrouw Benoni even een gratis CD'tje te sturen, doe dan ook die ene andere Benoni in Amsterdam, van de Bloemgracht 41/3. De Benoni's heb ik leren kennen omdat ik ooit dwarsfluit met ze speelde. Na vele jaren keer ik terug, voor even, zonder enige ambitie om nog geluiden te maken met een dwarsfluit. Wel heb ik dankzij het sociale karakter van mijn Benonie-vrienden drie, vier jaar lang van de illusie mogen genieten een echte muzikant te zijn. Ik had het niet willen missen. Knokke. Grote, maar beschaafde badplaats van het type dat in Nederland is uitgestorven. De Zonen van Smarten staan op een plein met flats. Flanerende Belgen, rondfietsende fietskarretjes en nergens politie die per ongeluk op gitaren gaat staan, wat in Vlaanderen wel degelijk scheen te gebeuren, zo nu en dan. Ik kijk tijdens het spelen op, en zie dat boven ons, in de flat zeker tien ramen zijn opengezet om de muziek te kunnen horen. Vooral bij de klassieke muziek, Mozart vooral, die de Benonies toen nog speelden. Dat kwam, ik wilde ook zo graag arrangementen maken, en het enige wat ik kon arrangeren was Mozart. Ik herinner mij overigens dat geen enkel soort muziek zo snel in een regen van franken kon worden omgezet als juist klassiek. Dat was toen iets, Klassiek op straat. Inmiddels staan onder de brug in het Vondelpark permanent vier strijkers van het Warschaus Symfonieorkest, spelen Petersburgse koperblazers Mozart onder de Museumpoort en ligt Bach met stapels bij het Kruidvat. Het pleit voor mijn Benonievrienden dat zij niet ook voor het grote geld gekozen hebben, en hardnekkig zijn blijven vernieuwen. En is ook best moeilijk, klassiek. Moet zuiver zijn, en gelijk. Moet je repeteren. En de drummer krijgt het koud. Knokke, of Oostende. Of Blankenberge. Drie Benonies in een bed met één vrij lelijk Belgisch meisje. Twee Benonies uit het bed gelleboogd door.. door.. door de winnaar zullen we maar zeggen. Wel heeft zijn vrouw het later ook gekregen. Althans, dat hoopten we toen hartochtelijk. Want zelfs vrij lelijke Belgische meisjes worden mooi als er maar eentje van is, in een kamer met vijf Benonies. Maar no hard feelings, Erik. Ik ben weggegaan bij de Benonies, niet weggestuurd. Maar ik geef toe, een behoorlijk percentage Benonies vond dat ik te vaak een onbehoorlijk grote bek had, en ik geef toe, pas de laatste jaren heb ik mijn immense sociale vaardigheden enigszins onder controle, ook beken ik dat ik ooit de klarinettist in zijn gezicht heb willen spugen, omdat hij altijd op hetzelfde moment in hetzelfde nummer dezelfde piep produceerde, ik herinner me een akkefietje over een versterker en de betaling daarvan, en Erik, de bedbulldozer, is later door mij bij Zak en As ontslagen dus dat van dat Belgische meisje is gelukkig wel rechtgezet. Maar dat alles verklaart natuurlijk nog steeds niet warom ik de Benonies in geen tien jaar gesproken, gebeld of beluisterd heb. Dames en heren, had ik maar eerder geweten dat ze het ook zonder mij zouden redden, ik heb daarover lang grote twijfels had en ook veel schuldgevoel, dames en heren, had ik deze CD eerder mogen beluisteren, dan had ik mijn gezicht wel durven laten zien. Jongens, ik had er niet op duurven hopen, maar zelfs zonder mij is het toch nog gelukt, ik ben trots op jullie. De Benoni-CD is uit, en alle kennissen en vrienden van de Benonies voelen nu een terechte sociale druk om die CD aan te schaffen. Doe dat nou maar gewoon. Ja, natuurlijk weten wij allemaal dat de Benonies geen bandje zijn dat een CD zou moeten uitbrengen. Benonies horen tussen de mensen te staan. Of op zijn minst in de buurt van een bierpomp. Wat de huidigem verkilde wereld nodig heeft, dat zijn geen CD's, dat zijn gebeurtenissen. Geen digitale signalen, maar eerlijk mannenzweet. Geen risicoloze muziektentoonstelling, maar saxofoons die genadeloos de bocht uitvliegen in een lange solo. Wij willen brekende snaren en snaakse heren van middelbare leeftijd die de heupen nog eens losgooien. Dames heren, het spijt me, maar het is niet via deze CD dat de Benonies een mijlpaal in de eeuwigheid zullen planten. No hard feelings, maar deze CD is in de eerste plaats personeelsmotivatie. Deze CD is letterlijk en figuurlijk een spiegeltje, waar de bandleden van tijd tot tijd kunnen kijken. Deze CD is om voor even weer zeker te weten dat het gezien is, en niet onopgemerkt is gebleven. In het Amsterdamse Bos voetbalt op zaterdag een groepje zeventigjarigen. Ze komen daar al veertig jaar, om die tijd en op die plek. Alle andere bosvoetballers van de zaterdagochtend, en er komen allerlei andere vaste groepjes, kennen die oude mannen. Hun stugge volhouden doet een oude glorie vermoeden, die er in werkelijkheid misschien nooit geweest, maar die hun optreden alsnog mythische proporties geeft. Nooit is voetbal zo mooi als wanneer mensen er maar niet mee kunnen ophouden, in een ijzerheinig verzet tegen de ouderdom en de harde werkelijkheid, die ons ooit alles af zal nemen, inclusief onszelf. Volhouden, daar gaat het om. En dan komt het allemaal goed. Door stug volhouden wordt je vanzelf een mythe. En het publiek vult die zelf voor je in. Voor de Benonies zal, als ze gewoon doorgaan met doorgaan en dat is wat ze altijd ook gedaan hebben, voor de Benonies zal dan hetzelfde zijn weggelegd als voor die oude swingende mannen op Cuba, die na zestig jaar anoniem ploeteren in het socialistische houtje-touwtje paradijs een nieuw leven begonnen. In het rijke Westen, dat alles heeft, behalve uitgerekend muzikanten die zestig jaar anoniem geploeterd hebben in een socialistisch houtje-touwtje paradijs. Geluk moet je hebben, en talent is mooi, maar volhouden, daar gaat het om. Nog 35, 40 jaar, jongens, ga zo door, en tout Amsterdam ligt aan jullie voeten. Hiep Hiep Hoera voor de Onsterfelijke Benonies. DE EVENTUELE TOEGIFT Mijn jarige buurvrouw kreeg een surprise-party aangeboden in een café. Er zou ook een Russisch bandje komen. Ik had gerekend op drie droevige mannen met een gitaar, een bas en een trekharmonica, zingend met lange uithalen en permanent met een half oog op de bar gericht. Het was nog mooier. Er kwamen maar liefst vijf sombere types binnen, ieder met een koperen blaasinstrument. Zonder één overbodig gebaar en zonder één blik op het aanwezige publiek installeerden ze zich rond een tafel. Elke beweging straalde een dodelijk vermoeide efficiency uit. Namens mijn jarige buurvrouw werd een flesje wodka bij hen op tafel gezet, maar niemand die zich inschonk. Pardon? Ze hadden dus al flink gedronken, eerder die middag. Kon niet anders. Het woord blaastest kreeg hier opeens een interessante tweede betekenis en ik kon mijn ogen geen seconde meer van ze afhouden. Ze sloegen hun versleten multomappen open, vol handgeschreven priegelnootjes die ze al duizenden keren hadden doorgeploegd op tochtige stationspleinen en in verregende winkelstraten. De trompettist hing voorover met zijn neus ín zijn multomap die plat op tafel lag. De beker van zijn trompet stak in zijn kruis. De trombonist keek uit zijn ogen als een aangereden hond. Vijf dwangarbeiders uit de grote socialistische notenfabriek. Een kamporkest op Goelag-toernee. Hun vreugdeloosheid, kortom, was van een niveau dat wereldlitteratuur oplevert, mits door een andere Rus op schrift gezet. Tot zover het beeld. Het geluid was dat uit een concertzaal. Wat konden die mensen prachtig spelen. Topmusici, die om een of andere reden nu gedwongen waren om operadeuntjes en versleten klassieke hits te serveren aan een verwend cafépubliek. Ik versomberde op slag. Al dat verpieterende talent dat voor een paar guldens zijn ziel verkoopt aan het decadente westen, waar dat allemaal maar volstrekt vanzelfsprekend wordt gevonden. Ik vond het genant, ronduit genant. Maar wat te doen? Uiteindelijk stapte ik op ze af en verklaarde dat ze een beter leven verdienden, al kon ik dat helaas niet voor ze regelen. Daar konden zij niets op terugzeggen en de situatie werd er zeker niet minder genant op. Ik brak de stilte door een biljet te overhandigen en een Bach-fuga aan te vragen, die prompt werd opgediend. Inderdaad, ze waren muzikanten van het Petersburgs Symfonieorkest die om financieel te overleven voortdurend pendelden tussen hier en daar, met achterlating van het gezin. Dus daar Sjostakovits spelen voor een fooi, en hier klassieke metromuzak produceren voor de harde guldens, elf uur per dag. Drie bier later was ik werkelijk ontroostbaar. Gelukkig sprak ik die avond ook hun manager en weldoenster waar ze eten en slapen als ze in Amsterdam zijn. De Russen betalen haar ieder een tientje per dag en ondere andere van dat geld heeft hun weldoenster inmiddels een Russisch dorp geadopteerd. De allerarmsten daar krijgen kleren en troostende pakketjes met chocola, shampoo, koffie en andere onbetaalbare luxe. Inmiddels heeft zich rond de weldoenster en haar blazende Russen een netwerk van tientallen andere donateurs gevormd en het volgende project is een dagcentrum voor gehandicapten. Ik ga u geen gironummer geven, we spreken wel iets anders af. Als u straks de mannen uit Sint Petersburg ergens tegenkomt, gooi dan een kleine extra donatie in hun koffer, onder vermelding van " this is for the village of Renate". Verder wil ik u verzoeken ook eens een Bach-fuga bij ze aan te vragen, want al zal je het aan hun gezicht niet zien, ze fleuren daar reuze van op. Dat weet ik gewoon. |
![]() |
![]() |
||