![]() |
||
![]() |
overig werk
Lezing voor theaterpersoneel, Tilburg 1993 |
![]() |
![]() |
november 2001
Mijn
vriend Maarten werkt vier jaar bij Toneelgroep Amsterdam, en komt iedere dag Cox
Habbema tegen. Op een dag doet Maarten met ons mee, met het cabaret op het
Boekenbal, en Cox Habbema vraagt hem: "Zeg, zit jij nou voor vast bij Zak en
As?". De liefde,
warmte, de interesse. Theater. Een
reisvoorstelling, zonder decor, maar wel twee twaalfmetertrucks met een zee van
extra licht. Actrice, zojuist beschenen met drie megawatt licht, al jaren bij
het toneel, zegt tegen de technici: " We hebben geen decor he, lekker he, kunnen
jullie lekker gelijk na de voorstelling naar huis" Dat
samendoen, die waardering voor elkaars werk. Ermelo.
"Hallo, daar zijn we dan, waar had je het decor gedacht" "Decor, waar?" "In die grote bus daar.
"Decor, doen jullie dit vaker dan". "Ja." Theater.
Dat samen werken aan dat product. Teamwork. Ermelo,
later die avond. De technici zijn het niet eens met de voorstelling, want
ernstig zwarte kousen, en dreigen het licht uit te doen. Tijdens. Ze hebben wel
een beetje gelijk, want het theater IS een kerk. Onze technicus zegt: doe maar.
Spelen we in de TL verder. Het licht bleef aan. Theater.
De botsing van mensen en culturen. Heerlijk. Theater.
Over twintig jaar doe ik nog. Dat gezeur van artisten dat het zo ver is en zo
zwaar en zo moeilijk, van mij heeft niemand dat ooit vernomen. Ik vind het leuk.
En dat komt ook door jullie. Jullie hadden me weg kunnen jagen. Tuurlijk, soms zijn jullie luie
gedesinteresseerde eikels, meestal best wel om te hebben, en soms erg aardig.
Mensen, zeg maar. Ik citeer
nu uit de briefing voor deze lezing: "Eerste deel van
het programma. Cabaretier (ad rem, alert, improvisator) vertelt van zijn
ervaringen als klant van technici, directeuren, dames in artiestenfoyers,
portiers, boekhouders en andere
schouwburgmedewerkers... Hoezo ben
ik jullie klant? Het woord klant is
onzin, behalve als het gebruikt wordt bij de slager of de bakker. In Rwanda
kamperen op dit moment anderhalf miljoen clienten van
hulpverleningsorganisaties. Ik dacht het niet. Ik ben geen klant van de portier,
nee, ik moet naar binnen. Ik heb niks te kiezen. Ik kan
niet zeggen: "Er is wel een extra pipootje, dus haal ik het zélf wel uit de
grote zaal". Ik kan niet zeggen:
"Deze portier is niet aardig, ik ga deze avond maar eens een andere schouwburg
binnen". Het enige wat ik kan besluiten is nooit meer komen in die hut van
jullie. Dus kost een sjacherijnige portier mij per jaar een paar duizend gulden.
Uitslag: de portier wint altijd. Wat heb ik te vertellen? Als jullie zeggen: kan niet mag niet, is
het kan niet mag niet. Ik ben geen klant, want jullie zijn koning. Niet ik.
Tenzij ik heel beroemd zou zijn, dan kon ik jullie terroriseren. Er zijn er die
het doen. Als jullie mij niet konden missen in plaats van andersom, dan was ik
klant. Maar ik ben jullie klant niet. Niet zomin als je klant bent van een
psychiatrische inrichtingen, of klant van de belastingdienst -nee sorry deze
belastingdienst is een beetje duur voor me, ik denk dat ik naar een andere
belastingdienst ga. Dus als
jullie vriendelijk zijn, is het niet klantvriendelijk. Jullie zijn mijn klant
niet, en ik ben jullie klant niet. We hebben elkaar nodig, maar dat is heel iets
anders. Voor de rest is het ontzettend simpel. Portiers moeten opendoen,
technici moeten zweten, kaartjesverkopers moeten kaartjes verkopen,
koffievrouwen moeten niet morsen, en ik moet op tijd komen en mijn best doen.
En mensen
die niet van theater houden, of die het lastig vinden dat ze 's avonds moeten
werken, hebben in het theater niks te zoeken. Ze bestaan echt: de mensen die
vinden dat alle voorstellingen eigenlijk overdag zouden moeten zijn. Ideaal
toch? Nauwelijks nog last van publiek, en precies op tijd thuis voor het rad van
Fortuin. Maar jullie moeten 's avonds werken. Ach. Wat zielig. En dat het soms
zo laat wordt. Ja. En dan is de voorstelling soms ook nog niet leuk. Oh, wat
zielig. Of dan zijn er maar twintig mensen. Waar doe je het allemaal voor? Zal
ik jullie is vertellen waar het voor doet? Voor je salaris. Omdat je er geld
voor krijgt. Dus uitgeluld ben je, ik wil het niet eens horen. Mensen die het
gratis doen mogen zeuren dat het s'avonds is. Maar die zeuren niet. Gek
eigenlijk. De mensen die er wel geld voor krijgen zeuren wel. Dat klopt niet.
Dat is nou echt een opmerking die ik nooit meer wil horen. Jullie zijn niet
zielig. Je hebt hiervoor gekozen, en als het je niet bevalt, rot je maar op naar
de koekfabriek of de plantsoenendienst. Dat is pas leuk. En als je
al iets te zeuren hebt, en het niet kan laten, doe dat dan niet tegen mij, of
mijn collega's. Je hebt precies de verkeerde. Wij werken ook 's avonds, en als
je vijf jaar lang 120 voorstellingen per jaar speelt, wordt je niet eens meer
uitgenodigd voor feestjes want zij denken dat je toch wel niet zal kunnen. En ik
kan mijn avondvoorstelling al helemaal niet ruilen voor een middagvoorstelling.
Zielig he? Wij zijn
elkaars klant niet, wij voetballen in hetzelfde elftal, wij zijn getrouwd, en
ons kindje heet voorstelling, ons huwelijk is een moetje, we kunnen het niet
maken om te scheiden, dus hoezo klantvriendelijk? Je zegt ook niet: "Ik ben
vandaag zo klantvriendelijk geweest voor mijn man"., Nee, wij zijn getrouwd,
jullie leveren de baarmoeder waarin het kindje geboren wordt, een schouwburg,
wij leveren het kindje, verwekt door het zaad van onze inspiratie, een
voorstelling is een liefdesbaby die wij onder helse pijnen losscheuren uit onze
ziel, en we houden zo van onze liefdesbaby dat we soms helemaal niet willen of
kunnen zien dat ons kindje mank of debiel is ( Ja, dat komt voor..), maar dat
gaan jullie ons niet zeggen, jullie dienen zonder morren, jullie zorgen voor een
baarmoeder in tip-top conditie waarin wij kwetsbare kunstenaars ' avonds ons
kindje planten zodat het voor het oog van het publiek kan uitgroeien tot.. tot
een klein wonder... ja en dat dat toevallig 's avonds is, nou en!!! Ik hou van
jullie. God, wat hou ik van jullie. Het was in
Veendam. We zijn er nooit meer teruggeweest. De schouwburg was zojuist
geprivatiseerd, en we weten allemaal wat dat betekent. Iemand had die hut voor
een gulden gekocht, en onbeperkt lamscoteletten, doperwtjes, appelmoes
ingeslagen. Vroeger was het een schouwburg, maar vanaf vandaag werd een
totaalproduct geleverd dat optimaal tegemoetkomt aan de wensen van de consument,
en die wensen bestaan uit lamscoteletten, dopertjes, appelmoes en een glas
nep-champagne en dan een grootbeeld TV op het podium met het Rad van Fortuin.
Veendam, elf uur 's ochtends. Teveel glazen deuren, een nieuwe brede trap met
plaats voor twee fanfares, en nergens in deze klantvriendelijk entree een
affiche waar wij opstonden, en dat het vandaag was, dat wij hier zouden
optreden. Onthou dat nou, al hang je het diezelfde ochtend op, het is zo'n fijn
gevoel om ver van huis even jezelf terug te vinden, in het theater waar je
speelt. Maar in Veendam geen affiche. Nou ja ach. Er was trouwens ook niemand.
Alleen bouwvakkers en schilders. En een man in een net pak, die mij omverliep in
de gang, en het vreselijk druk had met het kankeren op de schilders en
bouwvakkers. Het was nog niet af, ofzo. We vonden geheel zelfstandig de
theaterzaal -rechtsaf bij de lamscotelletten- en daar zat iemand die best wilde
geloven dat wij kwamen optreden, ik bedoel, dat we helemaal zomaar naar Veendam
zouden komen leek hem nog onwaarschijnlijker. Af en toe
zagen we een man met een net pak voorbijrennen, en later stond diezelfde man
ergens op de trap een bouwvakker te mishandelen. Het moest snel af, ofzo. Of er
publiek kwam weet ik niet meer, maar 's avonds aan de bar -bier, jenever en
onbeperkt lamscotteletten- vroeg ik toch maar eens naar de directeur. Of wie dan
ook. Vier uitgeputte medewerkers zuchtten diep en gaven geen antwoord. "Ja, de
directeur".. Toen even later een
man in een net pak vanuit een hoekje naar de bar stond te schreeuwen dat er nog
snel iets afgemaakt moest worden, zei ik: "Zeg joh, 't is nog niet af hoor, ga
jij is effe heel snel schilderen".
Dit is de enige ontmoeting die ik in mijn hele leven heb gehad met de
directeur van Veendam. Bij de laaddeur kreeg ik kusjes van het personeel. Een
een jaar later waren ze failliet. Ik denk niet dat het aan de erwtjes of de
lamscoteletten lag. Wat leert ons deze les? Ik ben
geen organisatiedeskundige, maar er bestaat zoiets als een bedrijfscultuur. En
je ruikt hem zodra je het theater binnenkomt. Waar de mensen vriendelijk voor
elkaar zijn, komt de klantvriendelijkheid vanzelf. Waar de directeur een
onzekere terrorist is, alleen bange mensen schreeuwen, wordt het personeel ook
onzeker. Het eerste gezicht dat je ziet vertelt alles. Legt u
eens uit, meneer van Oel. Graag. Haarlem. Ja, alweer geen schouwburg uit deze
regio, toeval. Haarlem, ooit. De technici hebben een eigen kamertje. Dat
kamertje is vies. Er staan gescheurde bankstelletjes, een viezig tafeltje. Als
technici niet eens voor zichzelf zorgen, zorgen ze dan voor anderen? Affijn,
voorstelling gelukt, en ik probeer uit de kleedkamer bij de foyer te komen. Alle
deuren zijn op slot. Ik denk: ik wordt gek. Ik probeer het onder het toneel
langs. Daar kom ik een technicus tegen met een gezicht als een viezig tafeltje.
"Wat mot je". "Ik wil naar de foyer, maar dat.." "Kan je niet lezen.. hier...
artiestenfoyer, die pijl" "Ja, ik kan juist heel goed lezen" "Wat nou.. " ..maar
ik wil naar de foyer, en alles zit dicht" ." Oh, naar de foyer". Bij gods gratie
maakte de ze man voor zijn klant een deur open die volgens hem trouwens ook
helemaal niet op slot zat. Nou is het
vervelende: technici kan je niet uitschelden. Je komt ze weer tegen. En jij wilt
iets van hun, en niet andersom. Zij vinden het best als jij maar de helft van je
licht inhangt. Want gisteren is het ook al zo laat geworden. Ja, dat is waar, en
dat is allemaal MIJN schuld. Want de volgende keer kom ik je weer tegen.
Ik citeer
weer uit de briefing voor deze lezing: "Maakt op
indringende wijze duidelijk dat klantvriendelijkheid niet ophoudt bij een
vriendelijk glimlachende dame achter een balie". De Doelen,
in Rotterdam. Ook al niet hier uit de regio. Toeval. Bij de uitgang staan zes
mensen, met spullen in hun hand, voor een dichte, glazen schuifdeur. Naast de
schuifdeur zit een mevrouw, die naar de zes mensen voor de dichte deur kijkt, en
de zes mensen kijken naar haar. Maar ze doet de deur niet open. Na een seconde
of dertig zet iedereen de spullen die die in zijn armen en op zijn rug heeft op
de grond. We wachten blijkbaar op de chef, met de geheime code. Op dat moment
zegt de vrouw: "Ja, dan moet je even een stukje naar voren lopen". Dat ik haar
toen niet bij haar strot heb gegrepen en over de balie heb getrokken, daar heb
ik nog jaren last van gehad. Dood, dat soort mensen moet dood. En vermoedelijk
is dat voor hunzelf, en hun echtgenoot, ook verreweg het beste. De volgende gaat
er aan, heb ik toen besloten. En het nooit gedaan. Die craquele-kut in de Doelen
straft zichzelf al, door te zijn zoals ze is. En dat soort verstandige dingen
die je dan tegen jezelf gaat zeggen. "Klantvriendelijkheid"
is niet iets dat je van mensen kan eisen. Net zomin als je kan eisen van je
gasten op een feest dat ze "gezellig" zijn. Als een tent niet loopt, dan loopt
ie niet. Soms is dat helemaal niemand zijn schuld. Of iedereen zijn schuld.
Wij
verplaatsten ons naar Amstelveen. Niet in deze regio, maar dat komt nog.
Amstelveen wat het type schouwburg, vroeger, waar de mensen niet voor de
artiesten kwamen, maar voor elkaar. De pauze was het hoogtepunt van iedere
avond, KLM meets Rotary, dat genre. De heer Bary voerde de scepter, zeg maar de
Telegraaf meets de Cultuur, de zaal zaten vol en in vijfentwintig jaar was er in
de schouwburg nog nooit een onvertogen woord gevallen. Maar helaas, ook het
publiek was intussen 25 jaar ouder geworden zou op termijn gaan uitsterven. En
nieuw publiek kwam er niet. Er kwam een nieuwe directeur, die het in Tiel prima
had gedaan. Hier moest iets gebeuren. Sommige douches mocht je daar niet
gebruiken omdat er nog schaamhaar van Ko van Dijk in het putje zat, zo'n
theater. De garderobejuffrouwen, al dertig jaar breiend aan een das van intussen
driehonderd meter, vonden het maar niks dat ze ontslagen werden en vervangen
door een paar lekkere dingen. Ze begonnen een proces. Daar ergens moet het
allemaal begonnen zijn, het wederzijdse onbegrip. Mijn
groepje en ik waren de eerste fakkeldragers van de Nieuwe Jonge Cultuur in
Amstelveen, met een halve voorstelling op zondagmiddag, een zogenaamde
sherry-voorstelling, aangeboden door een sherry-sponsor, waarbij de artiesten
geacht werden aan het eind ergens een fles sherry van dat merk aan iemand in het
publiek aan te bieden. Wat een treurigheid. Maar ja, dat was het verleden, alles
zou nu gaan veranderen. En inderdaad, na een jaar of zo speelden we keurig 's
avond een hele voorstelling en het publiek was zomaar jaren jonger geworden.
Geen sherrypubliek, maar ergens halverweg de Buckler en een goeie joint. En je
mocht alle douches gebruiken. Dus waarom
niet, in Amstelveen ging mijn eerste toneelstuk in premiere. Het was een jaar
tevoren bekend dat wij zouden komen, en ook was al een week bekend dat de
lichtcomputer in Amstelveen op sterven lag. Wij wisten dat niet, want ze
vertelden ons dat niet. En ook niet dat allang iemand had aangeboden om de
nieuwe lichtcomputer wat eerder te installeren, omdat de oude overduidelijk op
sterven lag. "Nee, dat hoefde niet", zeiden ze. En zo kwam het dat om vijf uur
's middags de lichtcomputer voorgoed de geest gaf en aan ons de keus was: geen
premiere, of een premiere zonder licht. Ze konden het niet helpen, zeiden ze.
Ik zei:
“Ik kan het ook niet helpen. Ik vroeg: Ik eh.. ik eh. ik moet even pianospelen, laat ik dat
maar doen, breng me even naar de piano, ik kan niet meer denken.. “Een van de
technici bracht me naar de kelder, waar de vleugel stond. En deed het licht aan.
Geen licht. Dat deed het niet. De
technicus sprak de historische woorden: "Ja dat had ik ze al verteld dat het
licht het licht in de kelder het niet deed, maar eh.. " Maar eh.. wat? "
Zoals ook
iedereen wist dat de lichtcomputer volstrekt onbetrouwbaar was, en ze hadden het
wel gezegd, maar: “ eh..."
Dan sla je
na een paar jaar de krant op, en je ziet staan: "Directeur voor het gerecht
wegens ongewenste intimiteiten". Je
denkt heel even, "Dat komt ervan als het licht het nergens doet, en hij moest
ook die vijfhonderd afgeschafte sherryflessen nog opdrinken, dan is in het
donker een ongelukje gauw gebeurd", maar dat is flauw. Hij heeft het niet gedaan
volgens de rechter, en volgens mij ook niet. En al heeft ie het wel gedaan. Wat
ie wilde was een bedrijfscultuur veranderen, dat is de enige echte aanklacht die
er tegen hem is ingediend. Ja, ik
neem het inderdaad voor Peter Mulder op. Vertel je dat er ook even bij als je
dit doorlult? Ik zie dat soort mensen duizend keer liever dan dat soort
klantvriendelijke productmanagers met die smoelen alsof ze de marketing hebben
uitgevonden, van die SmitKroeskoppen vers van Nijenrode, die elke sponsor zijn
kont likken en zonder enig pardon de Nieuwe Barclay-zaal vol zetten met Deze
Stoel wordt u aangeboden door Data Systems en de Durex-kleedkamer vindt u naast
de Telecom Vip Lounge, maar de Koperen Kees, nooit van gehoord, die als er een
Fries in het theater hangt de ambulance bellen, "Ja, er hangt er een in de nok,
zal die Gratama wel zijn", managerstypes die politiek correct zijn en niet over
Poten spreken maar over homoseksuelen, en allemaal willen ze volgende jaar een
groter theater, want je had het nooit geraden, maar eigenlijk is Breda het
culturele centrum van Brabant, en geloof het of niet, al onze sponsors staan met
zo'n Jodocus in hun broek al klaar om het damestoilet naar hun kumpanie te laten
noemen, tuurlijk, harstikke leuk, hartstikke gefeliciteerd.
Sponsors.
Alphons W. Bontebal en partners goes cultuur. Nog nooit van Thomas Bernhard
gehoord, maar je had het nooit geraden, eigenlijk is Alphons W. Bontebal en
Partners iemand die ontzettend graag zelf naar het theater zou willen gaan, al
heeft ie daar nooit tijd voor. De hele
zaal zit vol. We hebben gevochten om een kaartje. Bij de kassa staan nog mensen
te hopen op de wachtlijst. Helaas, alles vol. Behalve de eerste drie rijen. Die
zijn voor relaties van de sponsor. Maar die relaties krijgen van andere sponsors
ook uitnodigingen. En ze bellen niet af. Drie rijen lege stoelen, met hier en
daar relaties. Geen idee waar ze zijn, hard gewerkt, moe, en langzaam vallen de
eerste relaties in slaap. Ik heb ze gezien, in de Stopera. Prachtig decor,
prachtige dansers, mooie voorstellig, maar voor je zie je de relaties van
Alphons W. Bontebal en partners, die niet betaald hebben, en de man twee van de
beste plaatsen hebben. Ik heb wel betaald, ik ben klant, nog even en ze gaan er
een boek bij lezen op de eerste rij, want daar hebben ze ook nooit tijd voor. De
apartheid in Zuid-Afrika is net afgeschaft, maar een beetje directeur van een
hut in de provincie wil hem zo snel mogelijk terug. Ja, veertienhonderd stoelen.
Maar zorgen dat de douche wordt ontkalkt.. ach. Sponsors douchen niet. Even
babbelen met het optredend gezelschap? En we hebben toch een koffieautomaat? En
een kwartjes-telefoon?
Theater is
een product, zeggen ze. En, zo leert ons de economie, een product moet zo
goedkoop mogelijk worden geproduceerd, en zo veel mogelijk worden verkocht. Zo
is dat met auto's, appels, en dus ook met theater. Dat klinkt zo logisch, dat je
het bijna zou geloven. Maar op
dat moment gaan de productiemedewerkers, jullie, ook economisch denken. Jullie
gaan precies hetzelfde doen: economisch denken. Als andere jouw werk gaan meten
in guldens en bezoekersaantallen, doe je dat zelf ook. Economisch denken is: met
zo min mogelijk moeite iets produceren. Zoveel mogelijk geld binnenhalen, en zo
weinig mogeljk doen. De liefde
voor het vak, de zorg, de warmte. Onzin. Kan je niet meten. Maakt in de
gemeenteraad geen enkele indruk. In ziekenhuizen hebben verpleegsters geen tijd
meer hebben om met patienten te praten, terwijl ze daar juist zo van opfleuren.
Een
patient denkt niet economisch, die wil aandacht, warmte, zorg. Daar wordt ie
beter van. Een
artiest, een onzeker neurotisch typje, wil aandacht, sfeer en geen
koffieautomaat. Een affiche van zichzelf als ie binnenkomt. Warmte. Daar wordt
ie beter van. printversie |
![]() |
![]() |
||