overig werk

Over Internet, artikel voor VNU-blad

oktober 1996


De afgelopen twee maanden heb ik kennis gemaakt met Internet. Wat ik ermee heb gedaan is opgezocht hoeveel maal Altavista mijn naam meldt (36 keer), ik heb een artikel gescoord over de Russische bioloog Lysenko, en toen geloofde ik dat het werkte. Verder heb ik mij bekwaamd in het e-mailen, en dat doe ik elke dag een keertje. Toch ben ik halve dagen met Internet bezig. Niet om er op rond te surfen, nee, met het bedenken van een site. Ik zal straks vertellen wat voor site. Eerst wil ik verslag doen van mijn verbazing. Het verbaast mij, dagelijks omgaand met Internetters, hoe weinig er over Internet wordt nagedacht. En dan bedoel ik niet dat de techniek niet deugt. Ik bedoel: wat zou ik graag een keertje surfen, en me niet binnen vijf minuten surf vervelen.

Internet is een schoolvoorbeeld van product-gericht denken. Als wij iets kunnen, gaan wij het doen. En zo verschijnt tot onze stomme verbazing een lijst op het scherm van alle Keurslagers in Oost-Gelderland. Zoiets is een keertje bijzonder. En het bijzondere is dan vooral dat iemand op dat idee gekomen is. Op dit moment proberen talloze IT-bedrijfjes ook de bakkers in Friesland tot een collectieve site te verleiden. De vraag " waarom zouden we?" is een vraag die een weldenkende Friese bakker eigenlijk niet meer durft te stellen. De informatie-mystiek van het moment maakt zoiets bijna tot vloeken in de kerk. Niet iedereen trapt erin, gelukkig. Een directeur van ‘s lands eerste privé-spoorlijn vroeg mij: " Waarom zou ik op Internet gaan zitten?" . Ik antwoordde: "Dat moet je helemaal niet doen. Je moet op spoor 1 lullige foldertjes gaan uitdelen aan mensen die nog steeds met de NS naar Zandvoort gaan".

Ik heb gelogen in de eerste alinea: ik heb wel vaker gesurfd dan ik daar zei. En soms is het heus wel briljant. Maar het gevoel van teleurstelling dat ik in de eerste vijf minuten opdeed, is niet meer over gegaan. Ik stel hierbij voor dat wij niet de wereld, maar in ieder geval de virtuele wereld gaan verbeteren. Het beginnen met dat proces is uiterst eenvoudig. Het is het jezelf stellen van een enkele vraag, en wel dezelfde vraag die iedere schrijver, schilder, reclameman of verkoper van producten dan wel diensten zich moet stellen voor hij begint: "Wat, waarom en voor wie?"

In het geval van Internet luidt de vraag: wat is informatie, wat wil degene die de site maakt van zijn doelgroep, en heeft hij werkelijk een doelgroep voor ogen? Wat doet hij er verder aan om die doelgroep te bereiken? Of wil de data-provider, gegrepen door het modieuze getij, vooral op Internet aanwezig zijn, "om de boot niet te missen?" Maar dan nog blijft de vraag hoe erg het is het om die boot te missen. Hoort hij wel in die boot? En waar gaat die boot ueberhaupt naar toe? Ik geloof niet dat veel mensen zich die vraag stellen. Ze doen, en ze doen het zo snel mogelijk. Mensen, er wordt teveel getypt en te weinig gedacht. Maar wij niet, wij gaan nu eerst rustig nadenken. Alsof Internet nog niet bestond. En vrolijk van de hak op de tak.

Verstop de knop, kent u dat spel? Het wordt veel gespeeld door vormgevers, ook door vormgevers van bijvoorbeeld wc’s. U zoekt geen vermaak op een wc. U komt iets functioneels doen. En daarna wilt u doorspoelen. Maar de vormgever heeft de knop verstopt. Weggewerkt. Een ander systeem bedacht. De vormgever denkt dat dat leuk is, om het allemaal eens anders te doen. U denkt: waar zit verdomme die knop. Op Internetsites is dit misverstand tussen vormgever en gebruiker ook aan de orde van de dag. Met dit verschil dat ik in de WC nog weet dat als ik de knop vind, ik ook weet wat hij doet. Op Internet is de situatie nog veel ernstiger. Een knop kan daar de vorm aannemen van een draaiend aardbolletje, bijvoorbeeld. Ik kijk, en voel de vreugde van de ontwerper mee. Hij dacht: "Zij van die andere site hadden al een statisch aardbolletje, dus nu doen wij een draaiend bolletje. Want dat is moeilijker, en dus knapper".

Zullen we alle denkfouten van deze vormgever even op een rij zetten? a. Symbooltaal is bijna nooit handiger dan gewone tekst. Op alle verkeersborden naar Parijs zou inderdaad een Eifeltoren kunnen staan. Maar probeer dat eens met Osnabruck, Groningen, enzovoort. Symbolen zijn dubbelzinnig, en hebben de neiging veel meer in elkaars vaarwater te komen dan woorden. De scheve toren (van Pisa) lijkt meer op de Martinitoren (van Groningen) dan de woorden ‘Groningen’ en ‘Pisa’ op elkaar lijken.
b. Voor film-en televisiekijkers van na 1915 is een draaiend aardbolletje op een scherm niets bijzonders. Dat is het alleen voor Java-programmeurs. Niet alle Internetkijkers zijn Java-programmeurs. c. Om te begrijpen waar het aardbolletje (onze denkbeeldige voorbeeldknop) naar toe leidt, moet er dus tekst bij. Dat betekent dat het aardbolletje ook weg kan. Internet-vormgeving zit vol met symbolen plus de uitleg van dat symbool.

Kent u de term flipperkastvormgeving? Iedere flipperkastontwerper denkt dat hij een geheel nieuwe flipperkast maakt. Toch lijken alle flipperkasten op elkaar. Dat komt omdat alle Flipperkastontwerpers putten uit een gemeenschappelijk bassin met cliché’s. Datzelfde geldt voor (te) veel Internetvormgevers. Zij kiezen weliswaar hun plaatje uit een van die boeken met duizenden plaatjes, maar het zijn wel allemaal Internet-plaatjes. In de jaren 70 dacht iedereen dat hij toch mooi maar een ander eikenhouten bankstel had dan zijn buren. Wij denken: toen had iedereen een eikenhouten bankstel. Aan het vormgevingsgedrag van Internetters kun je zeer duidelijk aflezen dat zij niet van buiten naar binnen (Internet) kijken, maar van binnen naar buiten. Ze zijn niet alleen productgericht, maar vooral ook conformistisch. Dat zou zo erg nog niet zijn, als het hier niet een klant-onvriendelijk conformisme betrof. Namelijk, het conformisme van ‘hetzelfde is al goed, maar meer van hetzelfde is nog beter’. Het is stapelen, knutselen, lijmen en plakken. Er bitter weinig sites waar je op pagina één direct weet: hier gaat het over, en hier is het voor.

Een van de beste sites ter wereld is die van www. theater.nl. Om twee redenen: ten eerste ben ik een liefhebber van theater, en ten tweede: op de eerste pagina van www.theater.nl staat een binnenkomer als een mokerslag:"Stel mijn weekprogramma samen". De pagina lijdt onder een gebrek prettig gebrek aan vormgeving. Er wordt geen enkel raadsel opgeworpen. Daardoor is die zin "Stel mijn weekprogramma samen" ook inderdaad het eerste wat je ziet. Ik vermoed dat zulks ook de bedoeling was. En dat ondanks het inmiddels doodgetrompetterde gerucht dat wij leven in de tijd van het beeld! Hier worden in ijltempo alle belangrijke vragen beantwoord. De naam van de site selecteert een doelgroep. De naam is te onthouden. Voor wie is het? Voor mij, theaterliefhebber. En wel speciaal voor mij, in omgeving zus en zo. Want ik neem niet aan dat ik op dinsdag naar Venlo wordt gestuurd, en op donderdag naar Hoogezand. De enige goede site is een site met identiteit. Met een onverwisselbaar karakter, dat je vanaf ontmoeting nummer één bijblijft. Dat helderheid daarbij een enorm hulpmiddel is, mag duidelijk zijn. In reclame worden verpakkingen altijd eerst getest. Covers van bladen worden getest. Internet test niets. Op zich is dat geen porobleem: de markt doet de selectie dan wel. Toch zou het fijn zijn als wij eerst ndachten voordat wij mensen surf-bombardeerden met raadsels, dwaalsporen en de onvermijdelijk volgende desillusies.

U hebt een vriend. Of vriendin. Ieder keer als u deze persoon ontmoet, zegt die exact hetzelfde. Ik voorspel u: op den duur zal in die vriendschap duchtig de sleet komen. Er is een Internet-collectief in Rotterdam dat van mening is dat als mensen hun communicatie maar beter een tikje kunnen varieëren, sites dat zeker moeten doen. Dat vind ik ook. Ik ga u niet vertellen hoe ik dat op mijn site wil gaan doen, dat zou u maar op ideeën brengen. Maar feit is: als Internet ergens machtig in is is het in volautomatisch afwisseling bieden. Een goede site is een prettige kruising tussen de Bijbel ( je weet waarvoor je komt…) en het casino (….maar je weet niet precies wat je eerst krijgt).

Wat verkocht wordt als interactiviteit, is zelden meer dan het mogen intypen van een adres, en alle variaties daarvan. Interactiviteit betekent in praktijk vaak niet meer dan wat een stoplicht doet met een weggebruiker: als het rood is stoppen we, als het groen is rijden we. Zinvolle en amusantere interactiviteit is dat wij iets (mogen) veroorzaken, waarvan we de gevolgen (nu nog) niet compleet overzien. Dat hoeft heus niet al te ingewikkeld te zijn: een simpel rekenprogrammaatje dat jouw maximale hypotheek berekent. Maar ook: voer een foto van jezelf in en wij maken er stapsgewijs een kikker van, geanimeerd en wel. Het gaat niet om de voorbeelden, maar om het punt dat indien wij iets tot in details voorzien en overzien, de aantrekkingskracht op slag minder wordt. Veel site-builders voelen dat instinctief wel aan. Ze overladen de voorpagina met knoppen, waar eigenlijk niets bijzonders achterzit. En denken dat mensen het leuk vinden al die knoppen te proberen. Jahoor. Eén keer.









Ik verzamel oude cabaretprogramma’s, puur tekst, die anders toch maar zouden weggegooid. Die zet ik - met instemming van de schrijvers- op Internet. Dat doe ik samen met een IT-vriend. Doelgroep, inhoud, reason why: allemaal perfect in orde. Sponsors, kom snel, voor we een ander hebben! Tot zover klopt het. Maar als ik mijn zin helemaal gekregen had, was het een site geworden in zwart-wit. We verkopen tekst, wij zijn tekst, en jij ziet dat onmiddelijk aan die letters en dat zwart-wit. Provocerend, gezichtsbepalend, helder zwart-wit. Opvallender kan het op Internet niet: daar ziet alles er uit als het carnaval in Rio. Zwart-wit dus. You get what you guessed: gerecyclede ouwe teksten. En wat valt dat ene kleurenfotootje opeens OP, dan! Een stralende bloem in de woestijn, en niet de zoveelste hoelahoelajurk op de kermis van Hawai. Helaas. Mijn IT-vriend is meer van de flipperkast, hij is overigens geen onintelligent persoon, maar hij denkt dat de mensen kleur en kerstboomballen en fopknoppen willen. Wat hij werkelijk bedoelt is: "Mijn IT-collega’s vinden mij niet knap genoeg als ik Justus zijn zin geef." De ruzie wordt voortgezet, en is te bezichtigen op (of via, dingen gaan erg snel deze dagen) www.dino.nl/ cabaretweb. Met onder andere het verzameld cabaretwerk van Zak en As.



printversie