 |
januari 1999
BEVALLEN
Tegenover mijn vrouw ligt een Marokkaanse meisje, dat nog steeds niet weet waarom ze is opgenomen. Haar vriend spreekt wél Nederlands. Gonorrhoea. Zij dus ook. Dus dat meisje moet eerst genezen, voor de baby er door mag. Vandaar. Ze mag dus ook niet meer bij hem in bed, in de tussentijd. Daarom moet ze blijven. En hij wil haar niet vertellen waarom. Vandaar. Maar zij verdómmen om een tolk te halen, ze willen dat hij het zelf zegt. De Surinaamse hoofdzuster wil dat. Topwijf. Die gaat uitgebreid een Marokkaan opvoeden, terwijl mijn vrouw al een uur om een kopje koffie vraagt.
Maar als jij echt wil weten waar we terecht zijn gekomen, moet je effe mee naar het rokershok, ik rook weer, sinds gisteren, het rokershok.
Trap af trap af gang door, rechtsaf bij de kankerafdeling, ideetje van de Surinaamse hoofdzuster, volg de pijlen mortuarium, allways kick a man when is lying down, het rokershok, ventilatie op honderd, als je je peuk loslaat zit ie in één keer in het plafond. De asbakken legen zichzelf. Stoelen met drie poten, alles jaren niet geschilderd, brandgaten in de tafels, als je wil weten hoe een gemiddelde kleedkamer in een theater er uit ziet, rook eens een sigaretje in een ziekenhuis.
En om je heen het wrakhout van het wrakhout. Als je wil weten waarom RTL 4 nog bestaat, volg de pijlen richting mortuarium.
Annie, 135 kilo, was 180, maar gisteren een dichtgeslibt been ingeleverd. Rookt Marlboro. Cowboys en formule 1. Annie. Een koe, in een rolstoel. Niks doet minder aan Marlboro denken dan Annie. Niks doet Annie minder aan Annie denken dan Marlboro. Daarom juist. Als je wilt begrijpen waarom reclame werkt, maak ook eens je vrouw zwanger.
Je hebt zwarte scholen en witte scholen, zo heb je ook ziekenhuizen. Witte en zwarte. Bij scholen maakt het geen verschil. De witte kinderen, die halen het overal. Dus bij zwarte ziekenhuizen, waarom zou dat dan opeens anders zijn?
Dit was het enige ziekenhuis in Nederland waar ze nog een intensive care bed over hadden. Vandaar. Dus dat u niet denkt dat het een statement is. Zo van "Peet, wij gaan gewoon naar een zwart ziekenhuis, maakt het uit. Moet kunnen"…. Het punt is: ik was hier toch al. Voor mijn vader. Intensive care.
He pa, alles goed daar voor die hemelpoort? Prima jongen, ik heb al 3 meter ontsluiting.
He Peet alles goed? Ja, lekker, het aftellen is begonnen.Ga nou maar weer lekker naar je vader. Zeg maar dat ik het ga halen. Ik zal het verdomme halen.
Alles goed met Peet en het kind jongen? Nou Pa, der was net een vechtpartij van de vader van dat meisje met die Marokkaanse jongen en die heeft toen een Surinaamse zuster het ziekenhuis in geslagen, en ik dacht weet je wat, ik steek er nog maar eens een op. Ik ben woordvoerder. Woordvoerder, voor de familie. Dat wilde het ziekenhuis. Dus we staan daar. En ik zie dat de hele familie naar mij kijkt. Ik kijk achter me, en daar staat niemand. En ze knikken me toe. En mijn broer zegt: ‘Rob, jij hebt een 06, jij bent de enige die altijd bereikbaar is’. Ik zeg: als dat het is.. (overgooien). Drie dagen later, ik wordt gebeld, half tien s’ avonds. Het ziekenhuis. Of de luchtslang uit de longen van mijn vader mag. Ik zeg: nou, ik zit even middenin een conference, maar wat denkt u zelf? ‘Nou, meneer Kamphues, als de slang er nog langer in blijft krijgt uw vader longontsteking’. Ik zeg: ‘deruit, lijkt me’. ‘Er uit?’ ‘Ja. Lijkt me wel’ ‘Dus u denkt dat uw vader wel weer zelf kan ademen?’……… En ik hoor mezelf roepen ‘ Is er een dokter in de zaal’. Ik hoor ‘Ja’, ik zeg ‘vangen’. (gooit telefoon) ‘ik heb even een second opinion nodig, ik zie je in de pauze’. Maar je zal zo’n telefoontje krijgen bij 120 op de snelweg. Dan wordt het je toch in een keer zwart voor je ogen. Kan je twee uur later gezellig komen aanschuiven in de Intensive Care. ‘He, pa, ja we hadden het even over je en ik liet zomaar het stuur los’. Of je zegt ‘haal er maar uit’, en hij stikt. Heb jij het gedaan. En het publiek dacht dat je het over de stekker van een kapotte ijskast had. Dus zodra een van je ouders een beetje verdacht begint te hoesten, doe je hele familie een 06-telefoon kado.
Weet u hoeveel een verpleegster verdient? Als woordvoerder spreek ik nog wel eens iemand. Hoeveel vangt zo’n zuster? Ik weet het, maar ik weet niet of jij dan nog naar een ziekenhuis durft. Laat ik zeggen: je bedient twee miljoen aan beademingsapparatuur, en je wordt betaald alsof het een stofzuiger is. Maar dat klopt natuurlijk wel. Economisch. Een werkster die produceert iets: een schoner huis. Schoner dan het was. Maar wat produceert een verpleegster? Ik krijg hoogstens een levende vader terug, maar zeker geen betere. Zit geen winst in. Economisch. Of muzikaal.
Pa, luister, Peet gaat het halen. Heeft ze beloofd. Maar je moet er zelf ook wat voor doen. Dus je houdt je bek. Ja. Ik praat, jij luistert. Rustig an. En niet lachen, verdomme.
Van het leven naar de dood, sommige mensen doen daar 74 jaar over, zoals pakweg mijn vader, ik doe dat in 2 minuut 45, en als ik de lift neem nog een stukkie sneller. Van de wieg naar het graf, in minder dan 3 minuten. God wat ga je daarvan roken. Zijn wij niet op gemaakt.
Eddy. Heupoperatie. Dement aan het worden. Camel. Elke twee uur een survivaltocht naar het rookhok. Klopt. Belinda. Ik weet niet hoe ze zelf heet, Belinda. Zegt niks. Is ook een beetje een nikszeggend merk. Belinda. En die man daar, met dat groene lapje voor zijn mond, en die havana van 30 centimeter, dat is de hartchirurg. Wil niet herkend worden.
Is er iets jongen? Peet en kind, gaat toch goed he? Nou pa, het is natuurlijk nog geen gelopen race. Ik bedoel: voor hetzelfde geld ga ik naar huis met een vader die dringend in de luiers moet, en een baby in een kist. Van het concert des levens krijgt niemand een program. Je eigen woorden. Je denkt dat het pauze is, maar het is allang afgelopen. Kan. Alles kan. Ik zat net even een blowtje te roken met de directeur, en er gebeuren hier wel raardere dingen. Laatst had een longchirurg bij iemand per ongeluk een tatoeage beschadigd. Gelijk een schadeclaim. Mensen die bij de roentgenfoto hun piercings niet uit willen doen. Is een schietpartij geworden. En niet lachen, pa, verdomme. Intensive Care, twee weken geleden klonk dat nog als een reclame voor shampoo. En opeens zit jij in de wachtkamer. Voor het bezoekuur. Op de IC. En je kent alle anderen. En opeens, overal witte jassen. Een spoedoperatie. SO’tje. En iedereen kijkt elkaar aan: is het die van jou, of die van mij? ‘Is het mijnheer de Graaf?’ ‘ Nee, die is het niet’: opeens durft de eerste het te vragen. En dan moet de volgende ook. ‘Mevrouw Kok, is die het’ ‘Nee, mevrouw Kok is het niet’. De enige die niet durfde te vragen wie het was, dat is hem meestal. Mensen hebben toch vaak een voorgevoel. En als je met vragen de laatste bent, hoef je het ook niet meer te vragen. En de volgende dag is er in de wachtkamer dan één stoel leeg. En dat blijft ook even zo. Niemand durft daar te gaan zitten. Dus nieuwkomers komen automatisch terecht op die stoel. Hun man of vrouw komt in het IC-bed van de laatste dode, zijzelf op de stoel van de getroffen familie. Automatisch.
He Rob. Ja Peet schat. Nog effe he. Over een uurtje, denken ze. Weet je wat die Marokkaanse jongen zei, ik vroeg hem hoe het ging, weet je wat ie zei: ‘Lekker rustig, toch. Eindelijk geen ruzie meer over de afstandsbediening’.
Maar maak u vooral geen zorgen, ik heb eens goed rondgekeken in dat rookhok, het had net zo goed een Nederlandse jongen kunnen zijn.
PARDON!
Iemand zegt "pardon meneer", je aarzelt, kijkt dan achterom, en dat daar niemand anders loopt. Eén keer komt de eerste keer: terwijl jij nog op uitstel hoopt maakt een kind dat jou niet kent jou jaren ouder dan je bent.
Volwassen, volwassen, dat was toch iets met dassen? Niet meer in de wasbak pissen, in de wasbak plássen, Dat was toch volwassen?
Volwassen is toch minder kut en minder lul en tering, en meer aandacht en waardering voor zaken met aantoonbaar nut, Dat was toch volwassen?
Iemand zegt: ‘pardon meneer’ de terloopsheid is het ergst, je weet: er is is voor mij beslist. Het is gebeurd. Waarom? Wanneer? Zelf heb je dat moment gemist. De toekomst wordt bedreigend kort, nu je bent, en niet meer wordt.
Volwassen, volwassen dat was toch iets met dassen? niet meer in de wasbak pissen, in de wasbak plássen, dat was toch volwassen?
Volwassen is toch minder kut en minder lul en tering, en meer aandacht en waardering voor zaken met aantoonbaar nut, Dat was toch volwassen?
Iemand zei: ‘pardon meneer’ Dus ben ik groot, en halverwege op mijn weg van wieg naar graf. Ik ben volwassen nu, en áf, en ik zeg eerlijk: het valt tegen. Het went op zich vrij snel, dat wel, maar meer zoals je went aan regen.
Justus van Oel, januari 1999, voor Rob Kamphues.
printversie
|
 |