overig werk

Teksten voor Adele Bloemendaal: 'Exen', 'Almere'

juni 1997


EXEN

Ik wil een simpele kist. De inhoud daar gaat het om. Daar komen de mensen voor. Een simpel jassie van waaibomenhout. Wormvriendelijk waaiboomhout. Kom maar diertje, als je me lekker vind mag je me hebben, je bent waarschijnlijk de laatste dus maak er wat van. Likkerdelik. Knabbel de knabbel. En dan hoppakee de diepte in. Kan ik niet mee zitten. Nee. Nee.

Wat ik jammer vind is dat je niet alle toespraken van tevoren kan lezen. Dat zou ik willen. Vooral die van de exen. Omdat ik weet waar ze aan denken. Dat gaat vanzelf. Ik heb zelf wel eens een ex moeten begraven. En ergens bij de derde regel van je gedenkwoord voel je twee handen op je rug. Heel zachtjes. Tranen op je wang, en het is alsof je zijn wimpers langs je gezicht voelt gaan. Je zucht en het is of zijn adem weer in je oor hoort. Terwijl je een onsterfelijk gedicht van JC Bloem over de rouwenden uitgiet krijg je een flits van een warme natte scene in een portiek, ergens in 1957.

Een lichaam heeft een geheugen. Je buik weet nog die andere buik. Kijk naar de kist, en je handen gaan vanzelf staan naar dansersbillen. Het het geluid van schurende borsthaar langs je oor. Die kurketrekkerachtige heupzwaai, waarmee je ooit het Walhalla werd ingeschoten. Das troost. Dat de afdruk bewaard is gebleven. In een tinteltje hier. Een rillinkje daar. Je archief voor koude nachten. En van iedereen krijg je wat mee. Op de valreep komt het allemaal nog een keer boven. Voor thuis.

Ik ben de laatste tijd een beetje aan het graven in ouwe adressenboekjes. Voor de exen. Ik wil dat ze allemaal komen. Postuum likkebaarden bij de baar. Dat zeg ik niet, maar ik bel ze even. Dat ik er nog ben. ‘Hallo, weet je nog?’. Je moet niet iemand met een rouwkaart op zijn dak vallen als je hem 10 jaar niet heb gesproken. Dat kan alleen bij familie. Dus ik ben exen aan het opsporen. Komt soms een etentje van. Gewoon vor het gezellig. Ik had er eentje die het niet meer wist. Die moest het aan zijn vrouw vragen. Toen wist ie alles weer. Zelfs dat 17 juni 1967 op een maandag viel. Soms moet je ze even helpen he.

Ik denk dat ze allemaal komen. Die ik nog wist, dan. Er zal er ongetwijfeld ook eentje zijn die bij mij het archief niet gehaald heeft. Als je te kort op elkaar hebt, dan wissen elkaar soms uit. Of als ze dezelfde naam hebben. Ik wist nog drie Bennen, Ben het keffertje, Ben het beffertje, en Bennie Borsthaar, dat was een soort de-make-up, je ging geschminkt de koffer in, je kwam er helemaal lelieblank weer uit, die man daar bleef alles aan hangen, ikzelf ook een weekje of drie. Allemaal aan mijn baar straks, nog een keer fier overeind met een vochtig koppie. Hebben ze eerlijk beloofd. En als ik negentig wordt, ga ik nog een keertje met ze eten voor die tijd. Heb ik beloofd. En dat ik dan bij hun kist sta. Eerlijk is eerlijk.

Maar dan hoop ik dus, das gek maar wel waar, dat ik de enige ben. Zijn vrouw okay, zijn ex-vrouw, okay, maar ik zie mijzelf niet staan tussen drieentwintig andere wenende wippies. Nee. Ik ben liever de grote dode jager dan een van de konijntjes. Nee, dat is niet consequent. Nee. Maar wel heel menselijk. Ik ben dood, ja? En ik wil zestig exen bij mijn kist. En mijn nieuwe vriend.

Ik heb hem nog niet, maar ik ga hem tegen die tijd wel even voorbeiden. Doosje gezien dekseltje dicht, die laatste heeft het toch het zwaarst. De hekkesluiter van het trofeeen-defile, natuurlijk is ie dat, maar zo moet ie zich niet voelen. Dus of ik het nog een keertje moet gaan wagen. Hand in hand, knabbel de knabbel, likker de lik en dan het diepe in. Zou kunnen. Hij bracht me een tijdje iedere dag bloemen. Uit zijn eigen tuin. Behalve op koopavond, want dan kwam ie in mijn straat niet tegen de stroom op. Dan deinde ‘ie een tijdje heen weer voor mijn raam, tussen de koopjesjagers, en dan spoelde ‘ie langzaam naar het Rokin. Met zijn bloemen. Hij is al in de zeventig. Altijd in een beige pak. En verliefd. Zeventig. Zie je dat voor je? Goed schudden voor gebruik, anders blijven ze niet wakker.

Ik heb hem binnengelaten. Uiteindelijk. En dan ging het over tuinieren. Boeken lezen. Boeken over tuinieren. Ik heb mannen gehad met drankproblemen, depressies, writersblocks en huurschulden maar een man met een tuin, hoe ga je daar mee om? Dat zal ik nooit meer leren. Dus het gesprek valt stil, en hij gaat de afwas doen. Keukentje poetsen. En hij gaat na een uurtje weer weg. Zo ging dat. En toen kwam ie op een dag niet meer. Maar toen kwamen de brieven. Op papier kon ie het wel. Dampende alineas. De betere PTT-erotiek. Cyrano het Beige Pak, noemde ik hem. Van Cyrano de Bergerac. Die het ook niet live kon.

Maar kan ik zo’n man tussen bij mijn kist neerzetten, tussen zestig exen, als provinciale hekkensluiter van het grote grachtengordel-defile? Nee. Ik ben zijn strohalm. Ik ben voor hem verschil tussen uitdoven of op opbranden. Hij wil samen met mij brandnetels jutten in de tuin en mij eindelijk uitleggen wat een koe is.

Maar we bellen wel, af en toe.

RUSTHUIS IN ALMERE.

B: Mevrouw Bloemendaal, u spreekt met Braaksma van de gemeente Almere, afdeling Citymarketing..

A: ……………

B:Bent u daar nog?

A:Ja welzeker goede man.

B:U bent bekend met het woonfenomeen Almere?

A:Almère? ( tot zaal) Almère, meneer? Een lacune in het IJsselmeer. Een gat in het water. Almère hebben ze gegraven toen in Amsterdam de woonboten op waren. Almère is een Premie-A-woonboot met dijken er om heen, met een Kruidenwijk met een Gemengde Vleeskruidenstraat en een Filmbuurt waar de Cinemastraat wordt uitgesproken als de Sinnemastraat, Almère, barbecue en conifère, Almère dat is waar ze ‘s avonds de files uit Amsterdam opbergen, en polders, ik weet het niet, ik zie de gracht het liefst onder me maar ja ik dacht die man woont daar, laat ik geen oude wonden openrijten. (tot B:) Almère… ja dat zegt me wel wat.

B: Almere, rust en ruimte, invalidenparkeerplaatsen, rolstoelvriendelijk… , en kijkt u nou eens naar buiten, bij u in Mokum, zeg ik het zo goed, ‘Mokum?’, kijk even naar buiten en vertel mij wat u dan ziet..

A: Twee gordijnen.

B: Verder niks?

A: Ze zijn dicht.

B: Ach jeetje, ik heb u toch niet uit bed gebeld.

A: Wel degelijk.

B: U komt er al wat moeilijker uit, he? Ja, het wordt allemaal minder he. En dan straks met een looprek. Die tijd komt mevrouw Bloemendaal. Voor ons allemaal, dus ooit gedacht aan pensioen in de polder, riant gelijkvoers wonen?

A: Riant platvloers thuis gaat nog prima hoor. Adele goes Almère, nee, en Bloemendaal goes Bloemendaal gaat niet meer lukken, dan had ik moeten sparen, leuk hoor, lellebellen in een villa maar ik blijf gezellig hier.

B: Ja, maar U bent ook niet meer de jongste.

A: Goede man mijn beide borsten zijn pas 12, en helemaal afbetaald, ik red me hier wel.

B: Dus u kiest als artistiek senior voor traplopen met krukken? Looprekken met de beentjes wijd, want daar komt weer een parkeerpaaltje? Wielklem op de driewieler, rolstoel vast in de opgebroken tramrails? U verkiest de permanente paralympics van Amsterdam, boven een riante rolstoelwoning in Almere? Mevrouw Bloemendaal, als ik..

A: Belt u over 25 jaar gerust nog eens terug. Als Almere dan nog bestaat.

B: … sorry..

A: Als Almere dan nog bestaat.

B: Nou, de vraag lijkt me helaas eerder of U over 25 jaar..

A: Kent u het broeikaseffect? Co2, warmte, smeltende poolkappen, stijgende zeespiegel? Van Almere-Buiten naar Almere-Onder, het is maar een kleine stap. Broeikaseffect. Straks heet Almere-Haven gewoon weer Het IJsselmeer. Heeft u daar weleens bij stilgestaan?

B: Mevrouw Bloemendaal, dat hele broeikaseffect….

A: En een terrorist met een schep en een kruiwagen heeft Almere binnen twéé weken onder water! Sodemieter op met je looprekken. Zwembandjes. Dat hebben jullie nodig.

B: Mevrouw Bloemendaal, voor u moeten we duidelijk wat meer moeite doen, als Almere zijnde.
en die moeite WILLEN we ook doen. Want dan zeg ik: het Adele Bloemendaalhuis.

A: Het Adele Bloemendaal Huis?

B: Ik laat even een ballonnetje op. Het Adele Bloemendaal Huis in Almere. Wat dacht u er van? En als u er komt wonen, mag u het nog openen ook. Het Adele Bloemendaal Huis. Een verzorgings annex aanleuncomplex voor de wat oudere artiest. In Almere. ALLEEN voor artiesten. Neem rustig de bingo op de hak, dat KAN daar. Samen met de collegaas. Het Adele Boemendaalhuis in Almere. En als u NU ja zegt, bel ik Johhny Kraaijkamp gewoon af. Net zo makkelijk. Het AdeleBloemendaal Huis. Nou, gaat het al tintelen? Pensioen in de polder? Rust ruimte, gezellig onder elkaar, en veel dichter bij Amsterdam dan Aruba, en dan denkt u: waar heb ik dat aan te danken? Nou, willen van U ook iets krijgen, mevrouw Bloemendaal. Culturele uitstraling. U zoekt een rustige oude dag, wij van de Gemeente Almère zoeken culturele uitstraling. Artiesten die zomaar op straat lopen. Kwinkslagje hier, handtekening daar. En als u af en toe eens in een Almeers café gaat zitten, graag. 50% korting op alle citroentje met suiker, heb ik het goed onthouden? En U wilt toch ook blijven opvallen? Gaat lukken. Dankzij het Adele Bloemendaal Huis voor de oudere artiest. In Almere. Als u er komt wonen mag u het nog openen ook. Mag zelfs best iets kosten. Want met behulp van doelstellingen en beleidsinstrumenten zoals subsidies, ambtelijke ondersteuning en het scheppen van faciliteiten laten wij als gemeente zien dat kunst en cultuur onlosmakelijk deel uitmaken van de stedelijke samenleving. En in Amsterdam loopt u toch alleen maar jaloers te wezen op al die mooie jonge actrices.

























printversie