overig werk

toespraak reunie ECL 2004

maart 2004

Ik wilde het met u hebben over het geloof. En speciaal over de man die, lang geleden, mij van mijn laatste restje christendom ontdeed, én over die andere man die mij zeven dagen terug, toch nog onverwacht, met het geloof verzoende. Beide mannen heb ik in dit gebouw leren kennen. De eerste was conrector, godsdienstleraar en dominee. Zelden heb ik iemand ontmoet die over zichzelf zo intens tevreden leek. Zijn pak was zijn tweede huid. Zijn motoriek tot op de millimeter onder controle. Op het moment dat hij zijn leerlingen het klaslokaal zag naderen verscheen er een majesteitelijke glimlach op zijn gezicht. Christus was voor ons gestorven, zo wisten we, maar voor dominee Ter Steege toch wel het meest. Hier stond een topman voor het schoolbord, vrij van frustratie en twijfel. Hier stond, voor onze eigen ogen, een volmaakt mens, ruimhartig bereid ook ons de weg te wijzen naar wijsheid en geluk. Hij deed dat door ons de namen van alle bijbelboeken uit het hoofd te laten leren. Week na week. Ook legde hij ons uit wat bijbelverhalen betekenden. Zo had je Mozes, die een berg op moest lopen om bij God tien stenen op te halen, waarop tien geboden stonden. De betekenis van dit verhaal, nu, was dat God ons via Mozes had laten weten hoe wij ons dienden te gedragen. Vragen over het hoe, het waarom en de wenselijkheid van dit alles durfde ik niet te stellen. Niemand, trouwens. Wij zagen de vierkante schouders van dominee, wij zagen de ring van zelfvertrouwen van dominee, wij zagen geen mens maar een massief betonnen drie-eenheid van leraar, geestelijk leidsman en conrector. Boven dit plafond was de hemel, en anders niets. En waar sommigen anderen daarin wellicht de Kracht van het Geloof herkenden, voor mij was het Christendom vanaf die dag synoniem met een agressieve vorm van geestelijke leegte. Dat alles bleef niet zonder gevolgen. Zo ben ik bijvoorbeeld prima bestand tegen het charisma van Andries Knevel, EO, simpelweg omdat ik weet dat het nog zoveel erger kan. Ook ben ik verrassend soepel in de omgang met Islamieten, zowel Sji'a als Sunni: sinds mijn godsdienstlessen hier verbaas ik mij nergens meer over. Een minder prettig gevolg van het door mij genoten godsdienst-onderwijs is dat het mij vriendschappen heeft gekost. Met dezelfde botheid waarmee het geloof mij door dominee werd aangeboden, wees ik het ook af. Zonder rekening te houden met de gevoelens van bijvoorbeeld Arno, mijn twee meter lange schoolvriend, naarschool-fietsvriend en later fietsvakantievriend. Na het eindexamen zag ik hem nog wel eens. Maar steeds minder vaak. Toen eigenlijk nooit meer. Drie weken geleden ging de telefoon. Arno. Nee, hij belde niet vanwege deze reunie, zoals ik dacht. Arno ging emigreren naar Curacao, en al was het er jaren niet van gekomen, nu moesten wij elkaar gaan zien, vond hij. Dat vond ik ook, maar ja, Dordrecht, ouderling, directeur ener Christelijke school, reeds 28 jaar met dezelfde vrouw getrouwd, vier kinderen. Niet echt mijn habitat. En langskomen lukte mij helaas alleen op de dag dat familie Arno open huis hield, voor honderden mensen die ze kenden van korfbal, kollekteren en kerkbezoek. En allemaal vier kinderen en allemaal even blij. Toch ben ik gegaan. Als het al een SGP-congres zou worden, dan toch een SGP-congres met gratis bier. Vrijdagavond laat arriveerde ik. Arno haalde mij op en constateerde onderweg dat er in een van zijn schoolgebouwen nog een lichtje brandde. Hek open, alarm af, veertien trappen op, lichtje uitgedaan, veertien trappen af, alarm weer aan, hek weer dicht, en dat alles ter besparing van 13 eurocent aan elektrische stroom. Hoe gereformeerd kan een mens zijn? Gelukkig had Arno wèl drank in huis. Zelf nam hij er niet veel van, maar stoorde zich niet aan mij, gelukkig. De volgende ochtend om half negen zat ik met een lichte kater, dus helemaal mijzelf, aan het ontbijt met vier kinderen, leeftijd van zeven tot zestien, met Berber en haar Arno, met Arno en zijn Berber.

Wat gingen die mensen enorm aardig en harmonieus met elkaar om. Normen en waarden, liefde en respect, gelukkig met wat ze hadden en wie ze waren. En ook nog gevoel voor humor. Aan het eind van een aangename dag betreurde ik de onnodig verloren jaren in een vriendschap, en was boos, op mijzelf. Ik had best wat eerder los mogen komen van mijn vooroordelen over Jezus-aanbidders. Tot slot wil ik opmerken dat de factor geloof moeiteloos uit dit hele verhaal kan worden weggestreept. Inderdaad, ik ben er zelf ook wat laat achter, maar hou de metafysica er buiten en dan blijven over: een pedante oude man voor een klas en een aardig echtpaar in Dordrecht. Je mag iemand, of niet: zo klopt het verhaal óók. Geloof is daarbij even irrelevant als de stand van de sterren op iemands geboortedag. Maar mocht u van mening zijn, bijvoorbeeld, dat mijn verder buitengewoon prettige jaren op deze school deels aan Gods heilzame invloed te danken waren, ik kan daar sinds kort uitstekend mee leven. Ik dank u wel.

 

21 februari 2004, Eerste Christelijk Lyceum, Haarlem, Justus van Oel      

 

printversie