![]() |
||
![]() |
overig werk
Carre, voor Medisch Comite Nederland Vietnam |
![]() |
![]() |
oktober 2003 De Wereld Merken Ik heb eerst Wim Kan gebeld. Wim zei: het
belangrijkste is om eerst contact met het publiek te leggen. Stel bijvoorbeeld
een vraag. Wat is dit? Dit is een T-shirt. Heel goed. Wie van u heeft ook wel eens een T-shirt gekocht? Wie van u heeft weleens een T shirt van 5 euro gekocht? Contact. Mooi. Maar voor ik met u verder ga, zoek ik ook eerst even in contact met de ambassadeur of consul van Vietnam, of iemand hier die hem of haar kent. Geachte ambassadeur of consul van Vietnam, In 1994 legde ik per bus, busje en trein alle 2000 kilometers af tussen Ho Chi Min Stad en Hanoi. Mooie stad, dat Hanoi. Ik had een soort Dresden verwacht. Lelijke nieuwbouw gebouwd op weggebombardeerde historie. Maar Hanoi stond fier overeind, de mooiste Franse stad die ik buiten Frankrijk heb gezien. Op dat moment begreep ik voor het eerst dat linkse propaganda ook bestaat, maar dit terzijde. In Hanoi was ook een Air Force Museum. Ik was daar helemaal alleen. Geen enkele Vietnamees. Er was zelfs niet een Vietnamees die de spullen bewaakte. Toen heb ik iets gestolen. Een losse splinter van de helm van een Amerikaanse piloot. Hij heette Peters, die piloot, dit volgens de rest van zijn helm, die nu nog daar is, hoop ik. En die heldhaftige splinter had ik vanavond aan het dappere Vietnamese volk willen teruggeven. Weg. Onvindbaar. Aanvaard mijn excuses. En mag ik toch nog een keertje een visum? Ooit ga ik terug. Azie is booming, het gaat helemaal goed komen, daar. Om te beginnen, volgens onze eigen westerse intelligentie-tests zijn Aziaten structureel slimmer dan wijzelf, ze kunnen beter tegen discipline, ze eren hun vader en hun moeder en werken harder. Dus plan-economie of geen-idee-economie, uiteindelijk zullen ze het van ons winnen. Alvast gefeliciteerd. Maar zover is het nu nog niet, en ik stel voor dat wij onze laatste jaren als Superieur Westen gebruiken om snel vrienden te worden met onze toekomstige Meesters. Daartoe heb ik een plan ontwikkeld. Een serieus plan, dus of u op wilt opletten. Over T-shirts, en over Plan Persoonlijk Wereldmerk. Paragraaf 1) Hoe en waar mijn plan, genaamd Persoonlijk Wereldmerk, ontstond. Twee keer per jaar koop ik, op de markt, een stuk of vijf T-shirts, van 5 euro per stuk. Doorsnee-textiel, ergens uit een sweatshop. Simpele, egale shirts. Ze liggen er onveranderlijk in dikke stapels, dus alleen al in mijn buurt zijn er duizenden mensen die dat soort merkloze, goedkope shirts kopen. Zomaar, impulsief, of omdat in al je ander T-shirts inmiddels zweetplekken staan gebrand. Ik betaal 5 euro per stuk, de mevrouw, of het kind, in die verre sweatshop vangt hoogstens een eurodubbeltje. Dat moet beter kunnen, dacht ik. Inmiddels weet ik ook hoe. paragraaf 2) Over de mensen die zich niet mogen bemoeien met Plan Persoonlijk Wereldmerk. Moralisten en consultants mogen zich niet bemoeien met Plan Persoonlijk Wereldmerk. Moralisten en consultants hebben namelijk één buitengewoon kwalijke eigenschap: ze willen altijd van iets simpels iets ingewikkelds en maken. De een wegens het geld, de ander uit warrigheid. Nee, nee, nee, we gaan niet óók hangmatten en folkloristische theepotjes verkopen. Wij doen in T-shirts van 5 euro. Niks anders. Wij verkopen iets wat mensen toch al zouden kopen. En voor dezelfde prijs. Scheelt enorm veel uitleg, en precies dat uitleggen - de marketing- is altijd het allerduurst. We willen zo weinig mogelijk uitleggen. Ook wie bij ons koopt uit hebzucht, luiheid of zuinigheid, is van harte welkom. paragraaf 3) Maar meneer Van Oel, wat wilt u dan precies gaan doen? Dames en heren, binnenkort hebben wij hier, allemaal, een eigen naaister in de Derde Wereld, in ons geval Vietnam. Die naaister maakt T-Shirts voor ons. T-shirts die niet heel erg modieus zijn, waar geen haast mee is, en die je met minstens 5 tegelijk koopt. Of bestelt, eigenlijk. Twee keer per jaar. Zo simpel. U neemt, kortom, een T-shirt-abonnement. Via internet bepaalt u per bestelling zelf kleur en snit, binnen bepaalde grenzen. Maakt voor de verkoop niet uit, op de markt valt ook weinig te zeuren. En in alle Wereldmerk-shirts van 5 euro staat, op een labeltje, de naam van de maakster. Die naam van de maakster is uw eigen Persoonlijke Unieke Wereldmerk. Uw shirt benadrukt zo uw persoonlijke band met de Derde Wereld en de goedheid en gulheid van uw persoon. En toch reuze individueel. Want de een draagt Margarita Perez-T-shirts, de ander MihnVan Ho- shirts. Als u wilt weten hoe uw Persoonlijke Wereldmerk er privé uit ziet, op de website staat een fotootje van haar. En van de kinderen, want kinderen, altijd goed. U kunt uw naaister -via via- ook mailen. Het Plan Persoonlijk Wereldmerk is het textiele equivalent van het Foster Parents Plan, tegenwoordig Plan Nederland geheten, en dat plan werkt, omdat het voor je dure geld ook iets teruggeeft: contact. Wij leveren contact PLUS een T-shirt. Concurrerend geprijsd. En toch vangen Saida Al Houari en Makalele Muvanga nu niet een dubbeltje per stuk, maar missschien wel drie. Nee, niet direct een politiek-correcte euro betalen, dan wordt de sweatshopmaffia boos, en gaan er gewonden vallen. Of erger. Dus ons plan is micro, persoonlijk en dubbeltjeswerk. En daarmee inderdaad ongeschikt voor grote geesten, moralisten en consultants. Het uiteindelijk streven is heel veel abonnementen en winst maken. We bedanken dan onze subsidiegevers vriendelijk, en zeggen ze op. Koop maar een T-shirt, zeggen we dan, doe je meer dan genoeg. paragraaf 4) Is dit plan uitvoerbaar, meneer Van Oel? Zeker. Niet door meneer Van Oel in zijn eentje. Wel door mensen die bereid zijn te doen wat meneer Van Oel zegt. In ieder geval in het eerste stadium. paragraaf 5) Vlammend slotbetoog. Het lijkt wel of de Derde Wereld niet meer bestaat. Onze economie drijft op uitsluiting en op feitelijke slavenarbeid van honderden miljoenen armen. Dat lijkt me vrijwel onoplosbaar, ondanks al het werk van mijn persoonlijke held Jan Pronk, en van vele vele anonieme anderen. Ik denk wel eens: juist sinds we min of meer weten hoe het zit, willen wij onze slaven niet meer onder ogen komen. Of we nu schaamteloze rijken zijn, of beschaamde rijken, we hebben helaas allen de neiging onze ogen te sluiten. Misschien is dat zelfs wel noodzakelijk voor ons persoonlijk geluk. Ik snap dat wel. Maar wat zou het mooi zijn als toch af en toe eens iemand van ons Margarita Perez en MinhVan Ho nadenkend en liefdevol in de ogen kijkt, al is het via een labeltje in de nek van een verrassend goedkoop T-shirt. Dat lijkt mij een goed idee. Ik dank u wel. Justus Van Oel, 14 september 2003, in Carré, voor het MCNV printversie |
![]() |
![]() |
||