Columns 2002

Blote meisjes op toneel

: december 2002

In het toneelstuk 'Cloaca', van Maria Goos, komt naakt voor. Een hoertje uit Oost-Europa is ingehuurd om iemand te verwennen en het publiek ziet haar blote borsten. Die waren zeker niet slecht, al blijft het in een grote zaal moeilijk oordelen. In hetzelfde 'Cloaca' laat Maria Goos haar personages ook praten over bloot op toneel. Die personages vinden het inzetten van ontklede acteurs een inmiddels wat achterhaald modeverschijnsel en een zwaktebod van theatermakers. Tenzij dat bloot functioneel is, natuurlijk, maar dat is het eigenlijk zelden. Het publiek werd al  giebelig van het feit dat bloot acteren werd bespróken. Sex werkt, altijd. Desondanks  zal vrijwel iedereen in de zaal het met de beweringen van de personages eens zijn geweest. Bloot is zelden echt nódig. Dan verschijnt, in een korte gastrol, de enige actrice en ontkleedt zich. Haar tekst is niet het dominante onderdeel, al haar woorden zijn - denk ik- russisch. En of hier bloot nu functioneel was of niet, dezelfde brave borsten die gekomen waren voor degelijk teksttoneel strekten direct de nekken. Iedereen was er op slag weer helemaal bij. Dankzij bloot. Maria Goos heeft gevoel voor ironie en haar naakte actrice is omgeven met diepere lagen. Maar wat we uiteindelijk zien is toch een blote vrouw op een toneel. Bekeken door een publiek dat inmiddels alle excuses in handen heeft om er - ondanks theoretische bezwaren- eens goed voor te gaan zitten. Dezelfde giebelaars van eerder hielden prompt op met giebelen. Eerst een beetje tegen bloot, even later neutraal of zelfs enthousiast: iedereen at vrolijk van alle walletjes en niemand maakte zich ergens druk over. De blote acteur, ooit de frontsoldaat in de podiumkunsten, is definitief opgenomen in de brede hoofdstroom. Gesunkenes Kulturgut, zouden de Duitsers zeggen. Je kan het doen of je kan het niet doen, piemels op het podium, maar in geen van de twee gevallen doe je nog iets buitengewoons. In die zin is het schaamhaartheater van de afgelopen dertig jaar zeer succesvol geweest. Naakt moest kunnen, zo hielden vooruitstrevende theatermakers hun publiek jarenlang voor. De héle mens mag worden bekeken. Wie bij het zien van naakte acteurs desalniettemin woede, ongemak of schaamte voelde had trouwens ook een mooie avond: die persoon had zojuist iets belangrijks over zichzelf en zijn beperkingen geleerd. Inmiddels lijkt de brede lichamelijke opvoeding van het theaterpubliek voltooid te zijn. Het doorslaggevende bewijs daarvoor komt overigens niet van 'Cloaca', maar uit de cabaret-recensies van deze maand. Twee cabaretières wanen de kust inmiddels zo veilig dat zij al na twintig minuten cabaretten poedelnaakt op de planken staan. De recensent van dienst maakt  melding van heuse pornografische scenes, ontaardend in een orgie van naakt over elkaar en door de vla glijdende vrouwen. Dat zagen we Adèle Bloemendaal toch niet doen in de wilde jaren zestig. Háár borsten bewonderden we pas twintig jaar later, op de centerfold van een mannenblad. De Bloeiende Maagden (Ingrid Wender en Milou Bosua) hebben het aanbod van die uitgever niet afgewacht en verkopen hun lichaam alvast rechtstreeks via de theaterkassa. Dat is niet erg en misschien zelfs wel heel leuk. Maar het opmerkelijke is dat zij hun genre nog steeds 'cabaret' noemen. Heel even een glimp van een of ander was in dat genre al wel geaccepteerd. Maar dat twee vrouwen voluit naakt cabaretten, en dat zonder leeglopende zalen of afgezegde tournees, is het laatste bewijs: de sexuele revolutie op de podia is in december 2002 voltooid. Wie op wil vallen kan beter een cavia wurgen.

( Haarlems/Leids Dagblad, Gooi en Eemlander)  

printversie