![]() |
||
![]() |
Columns 2005 |
![]() |
![]() |
De stadsrei(ni)ger: maart 2005
Een man in bananenpak, met een zingende varaan op zijn schouder, zegt jou gedag. Je groet terloops terug en kijkt hem daarbij even aan. Pas terwijl je hoofd alweer terugdraait dringt tot je door wat je zojuist zag. En je kijkt nog een keer. "Huhh?" Zo werkt de klassieke 'double-take' waar komische acteurs hun publiek mee amuseren. Op het toneel kan ik die 'double-take' niet goed, toch heb ik hem één keer perfect uitgevoerd. Dat was in de Febo op het Amsterdamse stadionplein. Ik stapte met een vers patatje weg van de toonbank en iets grijzigs nam mijn plaats in. Pas in de tweede blik zag ik dat het hier een reiger betrof. Hij at gemorste frietjes. "Huhh??" Nog vreemder was dat ik de enige in de snackbar leek te zijn die een patat-etende tamme reiger bijzonder vond. Het overige publiek weigerde routineus opzij te gaan toen de vogel weer naar buiten wilde. Behoedzaam omzeilde hij de overige snackers. Zijn vrije poot, die waarop hij niet stond, gebruikte hij zoals een blinde zijn stok: langzaam maar beslist vooruit steken. Bleek de kust vrij, dan zette hij zijn volgende stap. Dat reigers in de stad tammer worden wist ik overigens al: op de Egelantiersgracht zit, op warme dagen, een groepje hang-ouderen op een bankje bij de middelste brug. Een van hen legt daarbij een hengeltje in het water. De eventuele vis is voor hun hang-reiger, altijd dezelfde, want concurrentie duldt hij niet. Slimme vogels toch, in een halve eeuw van waterlanders omgeschoold tot vliegende vuilnisbakken. Een van de meest gehaaide exemplaren hoort tot de vaste gasten van Artis. Elke dag, op dezelfde tijd, worden daar de zeeleeuwen gevoerd. De oppasser komt met vis en gooit die met vaste hand naar de zeeleeuw die aan de beurt is. Dat spektakel trekt ook de aandacht van buurman ijsbeer, en omdat het anders zielig is krijgt ook die elke dag één vis toegeworpen. Die ene vis is, vanwege de afstand, langer in de lucht dan de andere. Exact op die vis zit elke dag dezelfde reiger te wachten. Ik heb me laten vertellen dat 'ie hem eens in de vier keer heeft. Wat knap is want de reiger moet al vliegen vóórdat de vis wordt gegooid. Geen seconde houdt hij zijn ogen af van de oppasser. Op het moment dat de voederaar zich wegdraait van de zeeleeuwen stort de reiger zich vanuit zijn boom in een duikvlucht. Iets wat iedereen zo leuk vindt dat die reiger nu ook zelf tot Artis-attractie is geworden. In feite voorziet deze stadsnomade in zijn onderhoud door part-time in een dierentuin te werken. Hij heeft, als gezegd, ook collega's die werken als schoonmaker bij de Febo, terwijl een ander oude mannen gezelschap houdt in ruil voor een voorntje uit de gracht. Toch heb ik ooit een nog opmerkelijker exemplaar ontmoet. Vanaf het strand op Lombok, Indonesië, zag ik een forse vogel in zee staan. Opvallend, want vogels zijn aan tropische kusten veel zeldzamer dan in, pakweg, Scheveningen. Dit bijzondere dier moest ik van dichtbij zien. Ik strompelde honderd meter de zee in, over de messcherpe resten van wat ooit een koraalrif was geweest. Vijf minuten later stond ik oog in oog met iets wat als twee druppels water leek op een Amsterdamse blauwe reiger. Sterker nog, het was er eentje. Meegelift met een chartervlucht, denk ik, overdag lekker pootjebaden en 's avonds logeren in de afvalbak van het Lombok Hilton. HD/LD/G&E printversie |
![]() |
![]() |
||